Mind of an Anarchist


Wat ik zeker weet

Onderheid

 

Er is een groeiend verlangen ons eigen leven te leiden, onze eigen weg in het leven te vinden. En er is een groeiend zelfvertrouwen om moedig te zijn en trouw te blijven aan die levensweg. Mensen willen kunnen staan achter hun beslissingen. We denken steeds meer zelf na over dingen en accepteren consequenties van onze besluiten. Het geeft een gevoel van vrijheid waar we al zo lang naar op zoek zijn. We willen niet meer geregeerd of geleid worden door mensen die keer op keer ons vertrouwen in hen hebben geschaad. Genoeg daarvan. Het is tijd, Onze Tijd.

Regeren is kennelijk voorschrijven aan mensen hoe het leven geleefd dient te worden. Het gaat gepaard met veel beleidmakerij, papieren werkelijkheden, die ver van de mensen af staan. Die tijd is voorbij. Het vertrouwen in de politiek en overheid was nog nooit zo laag in Nederland. Zelden zijn ze er in geslaagd een belofte na te komen. Het bijgeloof in wet en religie is tanende. Het is ons, de mensen, pijnlijk duidelijk geworden, dat ze vooral worden gehanteerd voor eigenbelang. Het machtsdenken heeft zijn tijd gehad. Het is tijd te erkennen, dat mensen een hoog zelforganiserend vermogen hebben, maar steeds worden tegengehouden om het toe te passen. Onder de vlag van een politieke partij of een ander ideologisch orgaan hebben we geen vrijheid gevonden. Het instituut overheid heeft onze levens verslonden. We hebben daar wel genoeg van. In toenemende mate nemen mensen zelf actie om hun leven op zinvolle wijze vorm te geven. ‘Burgerinitiatieven’ worden ze genoemd. Veel bestuurders hebben nog niet in de gaten, dat het om directe actie gaat van mensen zonder inmenging van de overheid. Krampachtig probeert de overheid vat te houden op deze acties door zich er tegenaan te bemoeien. Het heeft nauwelijks succes. Steeds meer politici en ambtenaren raken in conflict met zichzelf. Zij willen het goede doen voor de mensen, maar hun organisatie houdt ze tegen dat te doen. De rollen zijn omgedraaid. Directe acties van mensen sturen de overheid aan in plaats van dat de overheid nog langer voorschrijft wat dient te gebeuren.

Is dat erg? Ik denk het niet. In het kennistijdperk hebben mensen toegang tot vele bronnen voor het oplossen van hun problemen. Veel van die problemen werden ooit ‘politieke problemen’ of ‘overheidsproblemen’ genoemd en dienden dus door de politiek en overheid te worden opgelost. Het besef groeit, dat het ‘onze problemen’ zijn en dat wij, de mensen, ze dus ook zelf op moeten lossen. Een beweging die ik van harte toejuich. Als wij onze gemeenschap willen versterken, dan moeten we de rol van de overheid verzwakken. Het gaat niet om burgerparticipatie, maar om overheidsparticipatie, waarbij geldt: ‘Hoe kan de overheid nog een zinvolle bijdrage leveren aan de gemeenschap?’ Alle activiteiten van de overheid zullen tegen het licht worden gehouden. Dragen ze bij aan betere gemeenschap of niet? Zo niet, dan nemen wij, de mensen, er afscheid van. Piramides van macht worden vervangen door netwerken van mensen met eenheid van opvatting over hoe ze samen willen leven. Zij nemen regie voor de oplossing van hun problemen, waarbij van de overheid wordt verwacht dat zij hieraan op coöperatieve wijze bijdragen door de initiatieven mogelijk te maken. Heilige huisjes zullen hierbij moeten worden afgebroken. Deze verandering zal niet altijd even gemakkelijk gaan natuurlijk. Heel wat debatten en bureaucratische grindbakken zullen er worden opgericht door politici en ambtenaren, die nog in het oude machtsdenken vastzitten. Een voor een zullen ze worden geslecht. Onderschat nooit de kracht van de zwerm, vooral als die uit mensen bestaat.

Directe actie voelt als vrij leven met alle daarbij komende verantwoordelijkheden, maar in het volle bewustzijn van leven in een vrije gemeenschap. Het is geen technisch probleem, maar een activiteit van menselijk organiseren. De mensen geven wel aan wat handig is om voor iedereen op dezelfde wijze te organiseren. Die taak is dan aan een ‘onderheid’, de tegenhanger van overheid. Dat is wat ik zeker weet.



10 Nieuwe beginselen voor de economie

Het wordt steeds een beetje beter. Ondanks voortdurend stijgende werkloosheidscijfers, steeds hogere energiekosten, de kennelijk bodemloze beerput van bankschandalen, naar beneden bijgestelde ‘credit ratings’ van alles wat in geld uit te drukken is en ondanks politici, wiens holle frasen en loze beloftes op beterschap allang niet meer worden geloofd, is er een kentering gaande in het denken over hoe Wij, de mensen, ons leven kunnen beteren. Misschien wel de krachtigste katalysator voor een fundamentele verandering is vernieuwing van de organiseerprincipes onder ons economische systeem, dat uit de 19e eeuw stamt. Een ‘upgrade’ anno de 21e eeuw is dringend noodzakelijk. Daarom introduceer ik hier graag een tiental van deze ‘nieuwe’ economische principes.

 

Principe 1: Het behoud van de natuur, haar grondstoffen en haar organiseerprincipes staan aan de basis van hoe wij, de mensen, onze samenleving organiseren.

Terug naar de menselijke maat in en met de lokale natuurlijke omgeving. Het met brute kracht forceren van ons bestaan op aarde heeft veel schade toegebracht aan ons ecosysteem. We hebben de natuur er echter nooit door kunnen bedwingen. Als de mens als soort wil overleven, dan zal ze zich aan de natuurlijke context moeten aanpassen.

 

Principe 2: Je doet de dingen zélf, tenzij er iemand is die het beter kan.

Dit principe leerde ik in het Noordoosten van IJsland, waar gemeenschappen niet veel groter zijn dan enkele honderden inwoners. Van de crisis hebben zij weinig gemerkt, want er waren nooit veel grondstoffen en middelen voorhanden om groot te denken of om specialisten in te huren. Het streven is om zelfvoorzienend te zijn. Dat geeft vrijheid, maar vraagt ook verantwoordelijkheid voor het onderhouden van je eigen vakmanschap en een houding van een leven lang leren en werken aan je eigen curriculum voor het leven.

 

Principe 3: Economische bedrijvigheid streeft naar het beste voor de wereld.

In plaats van de beste ván de wereld te willen worden, streven we er naar onze bedrijvigheid te laten bijdragen aan het beste vóór de wereld. Lokaal georganiseerde coöperatieve economieën leiden tot grotere sociale samenhang en grotere gelijkheid, zonder dat we allemaal eenheidsworst hoeven te worden. Er zijn voldoende mogelijkheden om je te onderscheiden.

 

Principe 4: Delen is het nieuwe hebben.

Was het verzamelen en hebben van kapitaal de grote drijfveer achter het huidige neoliberale kapitalistische economische systeem, in haar opvolger anno 21e eeuw zijn kennis en creativiteit de belangrijke drijfveren. En voor kennis en goede ideeën is delen de krachtigste vermenigvuldiger. Eigendom is een vorm van diefstal.

 

Principe 5: Op basis van overvloed in plaats van schaarste.

Er is genoeg voor iedereen als we afleren in termen van schaarste te denken. Schaarste leidt tot enorme economische ongelijkheid. Het gaat er ook niet om iedereen een luxe leven te bieden, maar over het creëren van een wereld van mogelijkheden, die voor iedereen op gelijkwaardige voorwaarden toegankelijk zijn. De hiervoor noodzakelijke technieken zijn al in belangrijke mate beschikbaar. Geef ze in handen van iedereen en overvloed wordt een belangrijke katalysator naar een robuuste en duurzame maatschappij.

 

Principe 6: Economie streeft naar het eerlijk verdelen van de welvaart.

Technologische vooruitgang maakt ons leven gemakkelijker en bespaart ons veel tijd. Het zorgt er echter ook voor, dat er in de toekomst steeds minder banen beschikbaar zijn voor steeds meer mensen. En aangezien onze individuele welvaart wordt betaald met het inkomen uit werk zullen we naar een systeem moeten, waarin de welvaart op een eerlijke manier wordt (her)verdeeld. Laten we de welvaartsongelijkheid zich verder ontwikkelen, zoals in ons huidige economische systeem gebeurt, dan is het gevolg een explosieve sociale toestand, die zal leiden tot burgeroorlogen en ander geweld. Ik kies dan liever voor sterke sociale samenhang.

 

Principe 7: Economie is circulair georganiseerd.

In de economie van de toekomst bestaat geen afval. ‘Cradle to Cradle’ is uitgangspunt voor het ontwerpen en produceren van producten. Ook geldstromen volgen circulaire patronen. Lokale economieën vormen de basis, waarbij lokaal bestede middelen bij voorkeur ook weer lokaal geïnvesteerd worden. U betaalt niet langer voor het verbruik, maar voor het (tijdelijk) gebruik van middelen.

 

Principe 8: Genoeg is genoeg

Kwantitatieve economische groei heeft zijn grenzen. Volwassen economieën streven vooral kwalitatieve ontwikkeling na. Hogere levenskwaliteit voor iedereen, gebaseerd op de ‘Piramide van Overvloed’ (Damandis & Kotler): beschikbaarheid van goed drinkwater, gezond voedsel, veilig onderdak, vrije communicatie, vrije toegang tot informatie, toegang tot goed onderwijs, beschikbaarheid van duurzame energie, sterke gezondheidszorg en individuele vrijheid die niet bijt met de samenlevingsvrijheid. Je neemt niet meer dan noodzakelijk, dan heeft een ander ook wat en wordt de natuur niet onnodig belast met onze verbruikszucht.

 

Principe 9: Wie het weet mag het zeggen.

Het tijdperk van management is voorbij. Door de hoge onderlinge verbondenheid in (virtuele en sociale) netwerken en 24/7 beschikbaarheid van benodigde informatie raken managers in toenemende mate overbodig. Hun kennisvoorsprong en bijbehorende machtspositie gaan in rap tempo verloren. In platte netwerken bepalen kennis, talent en vaardigheden in een specifieke context wie tijdelijk de leiding krijgt. Het gezamenlijk doel van een netwerk van gelijk geïnteresseerden is leidend voor wat moet gebeuren.

 

Principe 10: Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Samenwerken is het geheim van het succes van de toekomstige economie. Marktwerking heeft dit probleem niet op kunnen lossen. We kunnen er maar het beste afscheid van nemen. Concurrentie leidt vaker tot competitievervalsing dan tot open en eerlijke coöperatie. Zij die blijven kiezen voor snel en bovenmatig eigengewin zullen ontmaskerd worden en indien noodzakelijk uit de netwerken verstoten worden.

 

Beetje bij beetje ontdekken we organiseerprincipes, die het predicaat duurzaam en robuust lijken te mogen dragen. Het zijn de principes van toekomstige generaties. Bent u geboren voor 1985, dan zult u ze nog wel verwarrend vinden, omdat de algoritmes van ons oude denken in de weg zitten. Voor generaties geboren na 1985 zijn deze principes al vanzelfsprekender. Zij gedragen zich niet als boekhouders, maar durven ongehoorzaam te zijn. Ze laten zich leiden door hun idealen, dromen en wensen. Laten wij, oudere generaties, ons vooral door deze generatie laten leiden en ze helpen behoeden voor de fouten die wij in onze tijd gemaakt hebben. Wilt u meer betekenen? Stelt u zichzelf dan de volgende vraag: Doet u momenteel iets dat een betekenisvolle bijdrage levert aan genoemde 10 beginselen? Als het antwoord ‘Nee’ is, weet u wat u te doen staat.

Deze column is eerder geplaatst op http://www.organisatieactivist.nl



Het Ministerie van Samen-werking en Co-creatie

Excuses, mijn blog van afgelopen weekend is vertraagd als gevolg van de marktwerking en concurrentie in het invalidenvervoer. Ik had gepland op de zondag mijn blog te schrijven, maar wilde eerst met mijn tot de rolstoel veroordeelde moeder op ziekenbezoek bij mijn vader in het ziekenhuis. De rolstoeltaxi had ik enkele dagen vantevoren besteld.  Ik was door mijn vader gewaarschuwd en had uit voorzorg de rolstoeltaxi van Connexion maar liefst 45 minuten eerder besteld dan eigenlijk noodzakelijk was. Ook de terugreis was een dag eerder al gepland. Het kon niet mis gaan, zo leek het. Ik had echter buiten de effecten van concurrentie en marktwerking gerekend. Er was slechts één rolstoeltaxi beschikbaar voor de regio Kennermerland, met als gevolg een vertraging van in totaal drieënhalf uur! En het commentaar van Connexion was dat de inzet van meer taxibusjes te duur was. Het klinkt zo normaal: “Een beetje gezonde competitie kan geen kwaad”. Nou, ik heb er mijn buik van vol.

'Gezonde' competitie

Marktwerking is geïntroduceerd vanuit de idee, dat door concurrentie de markt efficiënt wordt en daardoor de prijs van een product of dienst optimaal. Helaas zijn er enkele vervelende bij-effecten. De prijzen lijken meer te worden bepaald door de mate van hebzucht en marktwerking en concurrentie blijken te leiden tot een lagere kwaliteit van product of dienstverlening. ‘Bottom-line’ resultaten overheersen alles wat de organisatie doet en dus kan alles wel een beetje minder, zoals bijvoorbeeld inzet van slechts één invalidentaxibus op een drukke zondag in een druke regio.

Het marktspel wordt gespeeld volgens voorafgesproken regels. Het is geen natuurlijk systeem, maar een geïmplementeerde tucht. De regels stimuleren de competitiedrang en het moeten winnen. Daarvoor is vrijwel alles toegelaten, zolang het maar binnen de regels valt. Echter, wie de regels goed kent, weet ook hoe hij vals moet spelen. Dat gebeurt dan ook op grote schaal. Juristen, de spelregelexperts van marktwerking en concurrentie, weten de mazen wel te vinden om weer een voordeeltje uit te halen ten opzichte van de concurrent. Hoezo win-win situaties? Bij concurrentie gaat het er om elkaar de loef af te steken! Het spel moet scherp gespeeld worden en er kan maar eentje winnen. En waar de ene partij wint, verliest dus de ander. Er valt geen win-win situatie van te bakken. Verondersteld wordt, dat als de spelregels maar goed genoeg zijn, de concurrentie het beste uit de markt haalt en dat het hele systeem daarvan dan profiteert. Helaas is dat maar zelden het geval. Het principe is steeds ‘ik een beetje meer dan jij’.

Als gevolg van het voortdurend valsspelen, aanhangers van competitie noemen dat overigens ‘slim gebruik maken van de mogelijkheden’, groeit het wantrouwen onder de deelnemers.  Dit heeft weer tot gevolg, dat er steeds meer juristen nodig zijn in de markt. Ooit werkte ik in de vliegtuigindustrie. Onze marketing manager vloog naar de andere kant van de oceaan voor contractbesprekingen. Middenin de nacht belde hij in paniek iedereen wakker. Hij had bij aankomst een pak van 1000 pagina’s concept contract gekregen, dat de volgende dag zou worden besproken met maar liefst zeven juristen van de andere partij. Later bleek dat alle inkopers en verkopers bij onze klant juristen waren. Zo organiseren we het wantrouwen in onze samenleving, die daardoor steeds minder samen heeft. Samen-werken in een ernstig competatieve omgeving blijft beperkt tot het samen onderuit halen van een derde. En het excuus is steeds, dat je er ook niets aan kunt doen, dat het spel zo gespeeld wordt.

In plaats van een Minsiterie van Economische Zaken (en marktwerking) heeft de samenleving meer behoefte aan een Minsiterie van Samen-werking en Co-creatie. Dit ministerie dient er voor te zorgen, dat er een gezonde balans blijft bestaan tussen vrije marktwerking, competitie, en overheidsbemoeienis. De samen-werking gaat uit van vertrouwen tussen partijen en dient het belang van het beste vóór de wereld. De onderhandelingen vinden niet plaats op basis van de spelregels, maar op basis van een open dialoog, die tot doel heeft keuzemogelijkheden te ontwikkelen. Hierbij worden zoveel mogelijk individuele partijen betrokken, waardoor de totale marktintelligentie hoger wordt dan bij een sterk competatieve markt. Daardoor zal de kwaliteit van de producten en diensten ook verbeteren. Een co-creërende markt is gebaseerd op vrijwillige samenwerking. Dat lijkt mij een gezondere competitie dan die van de zuivere vrije marktwerking.



De Nieuwe Werknemer is Anarchist

In zijn boek ‘Here Comes Everybody’ schreef Clay Shirky dat fundamentele maatschappelijke veranderingen worden gedreven door fundamentele veranderingen in de wijze van communiceren door mensen. Het ontstaan van Internet en de commicatieapplicaties die daarop zijn ontwikkeld bewijzen zijn gelijk. Web 2.0 zet de onderlinge verhoudingen tussen mensen op zijn kop. Tenminste, gezien vanuit het organisatieperspectief. In de wereld van Web 2.0 komt alle zegen niet meer van boven, maar wordt er ‘bottom-up’ georganiseerd. Niet alleen ontstaan er nieuwe vormen van samenwerkingen, maar ook het begrip eigendom krijgt nieuwe betekenis. Open-source systemen vliegen als paddenstoelen uit de grond en ‘Het Nieuwe Werken’ (re-)socialiseert de werker. Oer-anarchist Proudhon zou er blij mee zijn geweest. De door gedachte ontwikkeling naar een vrije samenleving lijkt niet meer te stoppen.

Volgens Proudhon worden economische eigendomsrechten in een vrije samenleving vervangen door gebruiksrechten. Het mag nog gek klinken, ‘ons bier’, maar misschien is het wel dichterbij dan we denken. Denk bijvoorbeeld aan het internet. Niemand is er de eigenaar van, maar je kunt wel bezitter zijn van locaties (pagina’s, blogs, URL’s) op het net, die feitelijk door jou of je organisatie worden gebruikt. Onze koningin riep in haar kersttoespraak de hoon van gebruikers van sociale media over zich af toen ze in haar rede zei, dat sociale media helemaal niet zo sociaal waren en mensen van elkaar zou doen vervreemden. Het tegenovergestelde gebeurt. Toepassingen van Web 2.0 socialiseren als geen andere techniek de samenleving. Miljoenen mensen (her)vinden elkaar via Facebook, MySpace, Hyves, Twitter,LinkedIn en andere toepassingen. En via NING, YouTube, Flickr, Yammer en soortgelijke toepassingen verspreiden en delen ze beelden, documenten en gedachten met een hogere actualiteit dan een reguliere krant of nieuwsbureau aan kan. Inmiddels worden er steeds meer werkplaatsen ingericht op basis van gebruik van sociale media en daarop gebaseerde technieken. De concepten worden verzameld onder de noemer Het Nieuwe Werken. Op basis van het ter beschikking stellen van ruimte, werkplekken, gratis internet en een vernuftig verdienmodel gebaseerd op gebruik en verbruik, lijkt het er op dat deze zaken gemeenschappelijk aan het worden zijn en het onverdeelde eigendom van iedereen. Plotseling is de beroemde uitspraak van Chief Seattle eind 19e eeuw actueel. Tegen de Engelse militaire landveroveraars zei hij toen hem werd gevraagd het grondgebied van zijn stam af te staan: “je kunt de aarde en de lucht niet bezitten…” Je kunt er wel gemeenschappelijk en in goed, gecoordineerd, overleg gebruik van maken.

Mensen organiseren zich in nieuwe samenwerkingsverbanden, associaties van gelijkgestemden, die onafhankelijk willen kunnen werken en zich niet langer meer als loonslaaf op de arbeidsmarkt beschikbaar stellen. Liever zijn ze Zelfstandig In een Netwerk, ZIN-er, en daarmee eigen baas, een prachtige invulling van (arbeiders)zelfbestuur. Het zijn samenwerkingsvormen, die niet in het klassieke rijtje van hiërarchisch georganiseerde juridische ondernemingsvormen: NV, BV, Maatschap en VoF voor komen. De in netwerken georganiseerde zelf(ver)standigen organiseren zich horizontaal, gelijkwaardig, zonder aandelenkapitaal, waardoor ook individuele belangen gelijkwaardig zijn. Er is geen grootaandeelhouder in het netwerk, laat staan een DGA. Voor de coördinatie van gezamenlijke belangen organiseren netwerken zich eerder in coöperaties en federaties. De ‘oude’ samenleving zal deze maatschappelijke vernieuwers uiteindelijk moeten volgen. OrganisatieActivist Harold Janssen vertelt zijn toehoorders al regelmatig dat het managementtijdperk duurde tot 2015.

De ontwikkelingen zijn een wens om als individu vrij te zijn en niet langer als moderne loonslaaf door het leven te gaan. De Nieuwe Werknemer is dus eigenlijk een Coöperatief Anarchist, niet vanuit ideologie (want anarchisme is geen ideologie), maar vanuit een wens om iets te betekenen voor de wereld. Het geeft mij hoop, dat een durende oplossing voor de wereld mogelijk is.



Nieuwe Soberheid
16 mei 2010, 19:00
Filed under: Economie, Organiseren | Tags: , , , ,

Het bling-bling-kapitalisme kent geen grenzen. Mijn kinderen kijken op MTV naar Hollywood-huizen in series als ‘My Crib’, waarin sterren hun enorme villa’s tonen. Het is iedere keer hetzelfde rijtje hebbedingen: entertainment kamer, supersized flat screen TV, zwembad met whirlpool en een stuk of vier auto’s, waaronder de onvermijdelijke Hummer, Mercedes en Range Rover. De huizen zien er zeer ‘clean’uit. Er wordt kennelijk niet in geleefd. Het zijn de toonzalen van de hele rijken. Als dit programma is afgelopen volgt ‘My sweet 16’, waarin een meisje haar extravagante 16e verjaardagspartijtje organiseert. Het gaat om feesten met meer dan 100 gasten, een optreden van een populaire popster, en walgelijk dure kleding. De feesten kosten al gauw enkele honderdduizenden dollars, wordt ons steeds verteld, en als klap op de vuurpijl krijgt de jarige job van haar pa een witte Range Rover met in extra verchroomd bling-bling beslag de naam op de motorkap. Hoewel we geneigd zijn te denken dat geld bij deze mensen geen rol speelt, is volgens mij juist het omgekeerde het geval. Voortdurend wordt gemeld hoeveel het allemaal gekost heeft, hoe echt het goud is, en hoe moeilijk het wel niet was om het programma van de Pussycat Dolls zo aangepast te krijgen, dat het verjaardagspartijtje precies in hun tournee pastte.

Dit soort programma’s is geen onschuldig TV-vermaak, maar basisvoeding voor ‘The American Dream‘ van tieners. Zij moeten dit ook willen, net als in de film. En als je het maar genoeg wilt, dan is dit ook voor jou mogelijk. Kom op, je bent het waard! Waarom zou je een minvermogende willen zijn?!
Ik krijg geen fut van dit soort stimuli. Ik raak er eerder vermoeid van en vraag me af wat er anders zou zijn als geld werkelijk geen rol speelt. Precies, zoals heer van stand Olivier B. Bommel het meende, als u begrijpt wat ik bedoel. Al die bling-bling is voor mij nog niet automatisch een ‘good life’, met oprechte sociale contacten en erkenning als mens, niet vanwege je banksaldo of je steriele buitenproporties grote ‘crib’, maar gewoon om wie je bent, je vakmanschap en je beschikbaarheid voor anderen. Ik bouw iedere dag mijn eigen feestje wel, en hang daarvoor zelf de slingers wel op. Liever dan me druk maken om wat anderen van me vinden, ben ik onafhankelijk en mijn eigen futvoeder.

Terwijl de geldleningen aan landen, banken, multinationals en particulieren in de huidige maatschappij dagelijkse zorg zijn, hoop ik dat de crisis lang genoeg duurt en zoveel financiele waanzin aan het licht brengt, dat het gezond verstand eindelijk de juiste fut krijgt en gaat nadenken over De Nieuwe Soberheid. Deze is in mijn beleving gebaseerd op drie uitgangspunten: ontplooiing van individuen, samen-werken op vrijwillige basis en zinvol gedrag dat voor iedereen op de wereld durend mogelijk is (het beste vóór de wereld, in plaats van het beste van de wereld). Volgens mij krijgen we dan een samenleving met een moraliteit van een hogere orde. Noem het maar maatschappelijke groei, als u begrijpt wat ik bedoel.

In een leven volgens de nieuwe soberheid speelt geld inderdaad geen rol. ‘The good life’ wordt bepaald door ecologie in plaats van door economie. Het gaat niet langer om het hebben van dingen of het vergelden van zaken. Je gooit juist bewust een stukje van dat soort hebzucht weg. Daardoor hoef je nog steeds niks te missen, maar maak je een bewuste keuze voor alles, waarbij je accepteert dat er niet oneindig veel kan. Deze droom is voor iedereen bereikbaar, want je kiest er zelf voor hem te leven. Kijk, daar heb ik nou zin in. Doe mee en wees je eigen futvoeder!

Deze column draag ik op aan Maarten Toonder, die met zijn scherpe blik al een halve eeuw geleden de huidige crisis beschreef in boeken als De Windhandel en De Bovenbazen. Ik stel voor dat wij deze boeken in 2010 postuum verkiezen tot managementboeken van het jaar.



Wie voor kapitalisme kiest, kiest voor werkloosheid
19 april 2010, 00:18
Filed under: Economie | Tags: , , , , , ,

Dit weekend twitterde ik: “Een goed werkende kapitalistische economie is de oorzaak van werkloosheid”. De reacties bleven niet lang uit. Iemand wees mij er op, dat in het communisme ook veel verborgen werkloosheid zat. Dat zou goed kunnen natuurlijk, maar daar had ik het niet over. Een tweede reactie ging over een waardeoordeel, dat ik volgens de volger velde. Later gaf deze twitteraar echter toe, dat hij een leesfoutje gemaakt had. Waar ik ‘oorzaak’ schreef, las hij ‘schuld’. Tja, wat iemand wel of niet van mijn teksten maakt, dat kan ik niet helpen. Wat mij betreft is het slechts een constatering. Ik zie het volgens mij dagelijks om mij heen gebeuren; nieuwe werklozen als gevolg van een goed werkende kapitalistische economie. Ik zal hierna uitleggen wat ik  zie. En ik zal ook proberen er geen ander oordeel over te geven, dan dat het wat mij betreft een minder leuk en ook minder begrepen effect is van ons zo geroemde kapitalistische economisch systeem. Het lijkt mij goed, dat we ons van dit effect bewust zijn. Maar mocht ik het helemaal mis hebben dan hoor ik het natuurlijk graag.

Voor een goed begrip van mijn stelling is het van belang, dat u inziet, dat de economie niet iets locaals is, maar globaal beschouwd moet worden. De internationale verwevenheid van de economie is zodanig, dat locale economieën nog maar nauwelijks bestaan. Sinds we de wereld zijn gaan koloniseren is dit al gaande. Dat betekent dat uw economische belang ook mijn belang is, en dat van hen, en van ons enzovoorts. Behoorlijk belangrijk dus. Door de globalisering van het kapitalistische economische denken is veel werk verplaatst naar lagelonenlanden, waardoor hier mensen werkloos zijn geworden. De besluiten waren kapitalistisch economisch gezien wellicht verantwoord, maar creëerden hier wel een probleem.

Desondanks is er onze economie nog een flinke berg werk te verzetten. Daar zijn veel mensen voor nodig, maar toch krijgen wij het voor elkaar dat we de berg verzetten met minder mensen dan er mensen zijn die willen werken. Als we dat nou eens beter zouden verdelen, dan is dat voor iedereen leuker, toch? Alleen met een goede verdeling van de totale berg werk is volledige werkgelegenheid mogelijk. Als u het daar niet mee eens bent, dan betekent dat volgens mij automatisch, dat u het niet erg vindt dat er werkloosheid is.

De motivatie om de werkloosheid te bestrijden is op papier altijd erg groot. Programma’s van politieke partijen roepen altijd om het hardst, dat werkloosheid bestreden moet worden. Maar als het even tegen zit met de overheidsfinanciën, dan bezuinigen ze om het hardst. Zo hard dat er ambtenaren ontslagen moeten worden, waardoor het aantal werklozen stijgt. De mensen die bij arbeidsbureaus werken hebben daardoor over de hoeveelheid werk niet te klagen. Driftig vullen zij hun systemen en starten begeleidingstrajecten op om werkzoekenden aan het werk te helpen. Dat gaat natuurlijk niet echt lukken, want het aantal vacatures blijft op zijn best gelijk. Weinig zinvol werk volgens mij, en demotiverend, hetgeen echter mijn probleem is en niet noodzakelijkerwijs het uwe. U kunt er heel anders over denken, vooral als u bij zo’n instelling werkt. Bezuinigingen lijken dus volgens ons kapitalistische economische denken dus heel verstandig, maar ze vergroten wel het aantal werklozen.

Politici vinden lange wachtrijen werklozen geen mooi gezicht. Daarom hameren ze er op dat ze moeten verdwijnen. Daar gaan dan weer mensen mee aan het werk. Zo is de werklozenindustrie inmiddels best een grote industrie. Alle werklozen dienen te worden geregistreerd, gecontroleerd en vooral gemotiveerd om aan het werk te gaan. Dat gaat natuurlijk niet lukken, want het aantal vacatures blijft onveranderd. Soms móeten werklozen op zijn minst vrijwilligerswerk gaan doen! En allemaal verplicht solliciteren.  De sollicitatiebrieven moeten vervolgens ook allemaal weer verwerkt worden. Daar hebben anderen het dan weer druk mee. Leve de werkloosheid in onze kapitalistische economie, zou je kunnen zeggen, maar de druk op de wachtrijen heeft dus helemaal geen zin en is slechts frustrerend en demotiverend voor wie het moeten ondergaan of uitvoeren.

Als het aantal vacatures onveranderd blijft, dan creëert de kapitalistische economie (Melkert)baantjes. Inhoudelijk gaan ze nergens over, maar voor de werkverschaffing zijn ze prima. Werklozen worden gestimuleerd c.q. verplicht ze te accepteren. Het zijn vooral diensten, die nieuwe baantjes. In het communistische kapitalisme noemden kapitalisten dit dwangarbeid en zelf noemen kapitalisten het sociale werkgelegenheid. Het gevolg van deze dwang is, dat de wachtlijsten korter worden, maar dat onze kapitalistische economie toch niet groeit. Met de diensten wordt niets waardevols geproduceerd, maar wel hoge kosten gemaakt. En zo moet de overheid weer bezuinigen en jaagt het zelf het aantal werklozen weer omhoog. U kunt hierboven herlezen wat er dan weer gaat gebeuren.

Een echte kapitalist zou kunnen argumenteren, dat de werklozen ‘het gat in de markt’ maar moeten gaan zoeken. Dat valt echter niet mee. De meeste gaten blijken al te zijn gevonden en gevuld. In onze ijver produceren we daardoor steeds meer nutteloze dingen, waarvan omzet en winst steeds weer moeten groeien. Als de kosten van die dingen stijgen, hetgeen kennelijk onlosmakelijk verbonden is met het kapitalisitische economische denken, dan moet er bezuinigd worden, hetgeen er uiteindelijk toe leidt dat ergens iemand werkloos wordt. Herlees voor het vervolg het stuk hierboven.

Het zou enorm helpen als wij leren dat het voor een economie niet noodzakelijk is om alsmaar te groeien. Groei hier gaat ten koste van iets ergens anders en resulteert uiteindelijk ergens in werkloosheid. Weinig zinvolle of zelfs nutteloze baantjes creeren helpt niet. Werkloosheid hoort bij een kapitalistische economie en de uitdrukking dat ‘het slecht is voor een economie als er werkloosheid is’ moet dus eigenlijk zijn, ‘dat deze economie slecht is voor de mens’. We krijgen er weliswaar bergen spullen door, maar deze kapitalistische economie is niet goed voor mensen en hun onderlinge verhoudingen. Dat moet volgens mij een stuk leuker kunnen.



Waarom kapitalistische economieën moeten groeien

Op een zaterdagmiddag in april ontstond spontaan een interessante twitterconversatie. Kees twitterde binnen 140 karakters, dat het vermaarde bureau McKinsey zegt dat Nederland de ‘nationale schuld moet weggroeien’. Tegelijkertijd voorziet Joseph Stiglitz, één van de invloedrijkste economen in de wereld van nu, een langdurige stagnatie van de wereldeconomie. Hiermee werd het voor Kees alleen maar verwarrender. “Wat is dan de juiste uitweg uit de huidige crisis?”, vroeg hij zich af. Ik antwoordde met een wedervraag:  Van wie moet de economie eigenlijk steeds groeien? Volgens mij leidt voortdurende economische groei alleen maar tot economische zeepbellen. Daarop berichtte Pierre, dat Stiglitz dit ook al concludeerde. Kees voegde hieraan toe, dat het aan de Mc van McKinsey zou kunnen liggen. Bij een andere Mc, McDonalds, is groeidenken namelijk ook al het devies. Nu zijn het, volgens mij, vooral de klanten die bij McDonalds voortdurend groeien, maar als McDonalds groeit, dan groeit ook de intensieve veehouderij, de afvalberg, het aantal hart- en vaatoperaties, anti-biotica in dieren en dergelijke. En er zijn nog veel meer bijkomende groeipijnen, waardoor overigens voor sommigen de portemonnee ook groeit. Tijd dus om eens even stil te staan bij het begrip economische groei.

Op school leerde ik dat de economische geldberg vooral groeit door rente. Stel: u wilt nog voor het WK voetbal die mooiere televisie kopen. Hij is nu in de aanbieding en kost nu slechts €1.000. U heeft dat bedrag echter nog niet bij elkaar gespaard en dat voelt niet goed. Op uw oude televisie ziet u een reclame voor het ‘goedkoop’ lenen van geld tegen betaling van slechts 10% rente. Hoe dat goedkoop is kan ik overigens niet ontdekken, maar goed, uw geduld is op en de televisie moet er nu komen. U gaat naar één van de systeembanken die samen al het geld van de wereld bewaren. U blijkt niet de enige, die er zo over dacht en moet aansluiten in een lange rij leners. De banken lenen al hun geld uit tegen 10% rente. De leners krijgen een terugbetalingsregeling en betalen allemaal €100 euro meer, de rente. De banken krijgen dus meer terug dan dat er werkelijk geld is. Waar komt dat meerdere vandaan?

Ongeveer 10% van de wereldbevolking heeft zoveel geld over, dat ze flink kunnen sparen. Zij zetten hun geld op de bank en krijgen daar flink rente voor zonder er iets voor te hoeven doen en worden zo slapend rijker. Cijfers geven aan dat ongeveer 80% van de wereldbevolking voor de rentekosten op moet draaien en dat de resterende 10% ongeveer quitte speelt. Die rentekosten worden steeds doorberekend. Behalve in de televisie zit er dus ook rente in de kosten van brood, fietsen, de bloemen voor je moeder enzovoorts. Knappe rekenaars hebben uitgerekend dat je op deze manier jaarlijks veel meer rente betaalt dan je op je spaarrekening krijgt. Behalve dus die 10% rijksten. Rente is dan ook een bedenksel van mensen die het toch al goed hadden. Dit lees je echter in geen enkel economische theorieboekje. Daarin wordt steeds uitgelegd dat rente er nu eenmaal gewoon bij hoort.

Door al die rente neemt de inflatie toe. De waarde van je geld neemt dan af, omdat er op papier meer geld is dan in alle portemonnees op de wereld bij elkaar. Voor de hele rijken is een hogere inflatie nog niet zo’n probleem. Zij hebben genoeg spaargeld, dat meer rente ontvangt dan de inflatie kost. Mensen uit welvarende landen die last hebben van de inflatie willen echter hun koopkracht niet verliezen en vragen loonsverhoging, meer geld om hetzelfde te kopen. Dat geld moet dan wel bijgedrukt worden en voor we het weten zitten we in een inflatiespiraal en moet er steeds meer geld gedrukt worden. Ook eisen deze mensen wel lagere prijzen voor producten, die dan dus goedkoper geproduceerd moeten worden. Dat leidt tot heel andere druk, vooral op arbeid. Dat moet steeds goedkoper en de goedkoopste arbeid vind je in een land met lage lonen, een ‘derde wereld’ land. Echter, daar wonen de mensen zonder spaargeld en ook zij moeten door de inflatie meer betalen voor hun dagelijkse behoeften. Op loonsverhoging hoeven zij zeker niet te rekenen. Zo exporteren de beter bedeelden hun geldontwaarding, en ontstaat lastenverzwaring vooral voor de armen, die het toch al lastig hadden.

De armsten hebben dus ook meer geld nodig. Daarvoor hebben we een Wereldbank bedacht, die deze landen dat extra wel willen lenen. Tegen betaling van rente natuurlijk. En dus hoopt alle niet-betaalde rente zich op in de arme landen. Zij zullen nooit genoeg geld hebben om die rente te betalen, terwijl de prijzen overal blijven stijgen. Dan moeten de banken gezamenlijk hun niet-inbare rentevorderingen afschrijven, hetgeen weer leidt tot een hoop gejammer en geklaag van de allerrijksten, want het was uiteindelijk hun geld dat uitgeleend werd. Zij schreeuwen vervolgens het hardst om spijkerharde bezuinigingen. Momenteel horen wij dat geschreeuw momenteel dagelijks vanuit Den Haag. Eigenlijk is het een signaal dat economische groei onmogelijk wordt, want niemand betaalt de rente op hun geleende geld meer. En aflossen van de schuld wordt ook al steeds moeilijker (Griekenland, Portugal, Verenigde Staten, derdewereldlanden). De afwaardering van hun vorderingen moet dus op een andere manier worden afgewenteld. En zo wordt het collectief getroffen door het verlies, dat geleden wordt door slechts 10% van de wereldbevolking, en wordt de economie overwoekerd door rente.

In een Cooperatieve Anarchie is dat niet acceptabel. Een anarchistische economie bloeit zonder rente. Daar wordt al over nagedacht en als wij allemaal daar eens goed over na zouden denken, dan moeten wij toch tot intelligentere oplossingen kunnen komen. Dat begint bij het aan de kant zetten van het idee dat verrijking voor iedereen leuk is en bij een stevige vermindering van onze hebzucht.

NB: Islamitsiche banken werken al zonder rente. Misschien kunnen we van hen leren hoe dat werkt.