Mind of an Anarchist


L’Etat c’est Nous

De huidige dominante parlementaire stelsels werken niet meer. In veel landen met zo’n stelsel laait regelmatig de discussie op te hervormen, bijvoorbeeld ons huidig kiesstelsel. Ook in Nederland werd onlangs weer het idee geopperd de kiesdistricten en het kiesstelsel te hervormen. Was het niet Minister Hillen die dit naar voren bracht? Volgens mij gaat deze discussie over iets groters dan kiesstelsels. Eigenlijk stellen we de ‘moderne’ democratische staat ter discussie. Het concept ‘staat’ of ‘natie’ is een gekunsteld concept, een onnatuurlijke manier om gemeenschappen te organiseren. Aanhangers van het begrip ‘staat’of ‘natie’ zijn meestal politici, bang dat ze hun macht, invloed en positie verliezen aan iets als kleine lokaal zelf-organiseerde gemeenschappen, regio’s zonder landsgrenzen en federaties, waarin de inwoners, ‘gewone burgers’ in hun taal, samen bepalen en besluiten in federaal of coöperatief verband. Het is lastig daarin je zin door te drijven.

Het begrip ‘staat’ kreeg zijn kracht onder andere door de unificatie van Duitsland en Italië in de 19e eeuw. Duitsland werd door Bismarck en keizer Wilhelm I gevormd en Italië door Cavour, Mazzini, Garibaldi en Vittorio Emanuelle II. De rest van de wereld heette ze van harte welkom. Eindelijk werd afscheid genomen van de rare principalen, republieken, pauselijke provincies en stadsstaten. Ze werden als officiële naties, rijken en overwinnars beschouwd, net als het Frankrijk onder zonnekoning Louis XIV. Deze rekende al eerder met geweld af met lokale zelf-organisernende gemeenschappen onder de slogan ‘L’état c’est moi’. Zijn voorbeeld werd en wordt gevolgd door recente zonnekoningen zoals Hitler, Stalin, Khadaffi, Mubarak, Kim Jong’il en andere Iwan’s de Verschrekkelijken.

Enkele eeuwen later staat het concept ‘staat’opnieuw onder druk. Onder invloed van de mogelijkheden van het internet en de sociale media, organiseren steeds meer mensen zelf hun zaken wel. Het afscheid van de verzorgingsstaat, die wel weet wat goed is voor de burgers, is al begonnen, maar nog niet tot politici en machthebbers doorgedrongen. Opkomsten bij verkiezingen zijn overal laag, want de mensen geloven niet langer in politici en al helemaal niet meer als wetgevende macht. Keer op keer voelen mensen zich belazerd door hun zognaamde parlementaire vertegenwoordigers. Gek worden ze van de bureaucratische regelgeving, die ze aan hun opleggen. Regels die steeds verder gaan, zelfs tot ver achter de voordeur, de Engelse uitdrukking ‘my home is my castle’ geweld aandoend.

De ‘gewone burger’is in veel zaken slimmer geworden dan de politici en staatsmannen die hun leven overheersen. Gedoe om zetels bij de G20, vetorechten bij de UN en dergelijk geneuzel, is niet hun ding. Ze dragen niet bij aan een betere wereld, maar splijten gemeenschappen van mensen en kosten bergen geld en energie. Gebruikmakend van hun eigen kracht en wijsheid organiseren in toenemende mate mensen hun eigen leven wel, bijvoorbeeld in lokale broedplaatsen of de Coöperatie Achterhoek, die onlangs werd opgericht. Lands- en gebiedsgrenzen gelden hierbij niet. Het zijn gekunstelde barrières, die ons meer in de weg staan dan helpen. Politieke belangen doen hierbij niet ter zake. Deze zelf-organiserende gemeenschappen geven zelf wel aan wat ambtenaren voor hun moeten faciliteren of officieel in regelgeving moeten vastleggen. Zo ondersteunt een moderne overheid de mensen. In IJsland hebben ze die les wel geleerd na de recente ervaringen met corrupte politici, die hun hoofd al te zeer lieten hangen naar industriële Iwan’s de Verschrikkelijken. De grondwet wordt daar momenteel herschreven door de mensen zelf. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. Als we dan toch echt willen hervormen, schakel dan de wijsheid van de mensen in, dan blijft het niet bij zoethouderij van de burgers. Wij, de mensen kunnen zelf heel goed aangeven wat er dan bij wet geregeld moet worden en wat niet. L’Ėtat c’est Nous!



De Nieuwe Werknemer is Anarchist

In zijn boek ‘Here Comes Everybody’ schreef Clay Shirky dat fundamentele maatschappelijke veranderingen worden gedreven door fundamentele veranderingen in de wijze van communiceren door mensen. Het ontstaan van Internet en de commicatieapplicaties die daarop zijn ontwikkeld bewijzen zijn gelijk. Web 2.0 zet de onderlinge verhoudingen tussen mensen op zijn kop. Tenminste, gezien vanuit het organisatieperspectief. In de wereld van Web 2.0 komt alle zegen niet meer van boven, maar wordt er ‘bottom-up’ georganiseerd. Niet alleen ontstaan er nieuwe vormen van samenwerkingen, maar ook het begrip eigendom krijgt nieuwe betekenis. Open-source systemen vliegen als paddenstoelen uit de grond en ‘Het Nieuwe Werken’ (re-)socialiseert de werker. Oer-anarchist Proudhon zou er blij mee zijn geweest. De door gedachte ontwikkeling naar een vrije samenleving lijkt niet meer te stoppen.

Volgens Proudhon worden economische eigendomsrechten in een vrije samenleving vervangen door gebruiksrechten. Het mag nog gek klinken, ‘ons bier’, maar misschien is het wel dichterbij dan we denken. Denk bijvoorbeeld aan het internet. Niemand is er de eigenaar van, maar je kunt wel bezitter zijn van locaties (pagina’s, blogs, URL’s) op het net, die feitelijk door jou of je organisatie worden gebruikt. Onze koningin riep in haar kersttoespraak de hoon van gebruikers van sociale media over zich af toen ze in haar rede zei, dat sociale media helemaal niet zo sociaal waren en mensen van elkaar zou doen vervreemden. Het tegenovergestelde gebeurt. Toepassingen van Web 2.0 socialiseren als geen andere techniek de samenleving. Miljoenen mensen (her)vinden elkaar via Facebook, MySpace, Hyves, Twitter,LinkedIn en andere toepassingen. En via NING, YouTube, Flickr, Yammer en soortgelijke toepassingen verspreiden en delen ze beelden, documenten en gedachten met een hogere actualiteit dan een reguliere krant of nieuwsbureau aan kan. Inmiddels worden er steeds meer werkplaatsen ingericht op basis van gebruik van sociale media en daarop gebaseerde technieken. De concepten worden verzameld onder de noemer Het Nieuwe Werken. Op basis van het ter beschikking stellen van ruimte, werkplekken, gratis internet en een vernuftig verdienmodel gebaseerd op gebruik en verbruik, lijkt het er op dat deze zaken gemeenschappelijk aan het worden zijn en het onverdeelde eigendom van iedereen. Plotseling is de beroemde uitspraak van Chief Seattle eind 19e eeuw actueel. Tegen de Engelse militaire landveroveraars zei hij toen hem werd gevraagd het grondgebied van zijn stam af te staan: “je kunt de aarde en de lucht niet bezitten…” Je kunt er wel gemeenschappelijk en in goed, gecoordineerd, overleg gebruik van maken.

Mensen organiseren zich in nieuwe samenwerkingsverbanden, associaties van gelijkgestemden, die onafhankelijk willen kunnen werken en zich niet langer meer als loonslaaf op de arbeidsmarkt beschikbaar stellen. Liever zijn ze Zelfstandig In een Netwerk, ZIN-er, en daarmee eigen baas, een prachtige invulling van (arbeiders)zelfbestuur. Het zijn samenwerkingsvormen, die niet in het klassieke rijtje van hiërarchisch georganiseerde juridische ondernemingsvormen: NV, BV, Maatschap en VoF voor komen. De in netwerken georganiseerde zelf(ver)standigen organiseren zich horizontaal, gelijkwaardig, zonder aandelenkapitaal, waardoor ook individuele belangen gelijkwaardig zijn. Er is geen grootaandeelhouder in het netwerk, laat staan een DGA. Voor de coördinatie van gezamenlijke belangen organiseren netwerken zich eerder in coöperaties en federaties. De ‘oude’ samenleving zal deze maatschappelijke vernieuwers uiteindelijk moeten volgen. OrganisatieActivist Harold Janssen vertelt zijn toehoorders al regelmatig dat het managementtijdperk duurde tot 2015.

De ontwikkelingen zijn een wens om als individu vrij te zijn en niet langer als moderne loonslaaf door het leven te gaan. De Nieuwe Werknemer is dus eigenlijk een Coöperatief Anarchist, niet vanuit ideologie (want anarchisme is geen ideologie), maar vanuit een wens om iets te betekenen voor de wereld. Het geeft mij hoop, dat een durende oplossing voor de wereld mogelijk is.



Opstand in Klas M2C

Als ik mijn kinderen vraag of ze school leuk vinden, dan antwoorden ze dat school prima is ‘als het maar niet zo vreselijk saai’ was. Ze vinden dat er weinig boeiends geleerd wordt en zeker nauwelijks dingen die er volgens hun toe doen. En natuurlijkt volgt ook de onvermijdelijke klacht dat er zoveel ‘moet’en dat aan leerlingen nooit iets gevraagd wordt, behalve natuurlijk in overhoringen, proefwerken, tentamens en examens. Als ouder kost het me moeite om ze te motiveren. Ik kan ze namelijk geen ongelijk geven. Zover mijn geheugen reikt zijn deze klachten over school van alle tijden.

Scholen zijn als een gevangenis. Lesprogramma’s zijn helemaal dichtgetimmerd. Een eigen leerbehoefte kan een kind niet meer ontwikkelen. Het zijn indoctrinatieprogramma’s geworden,gemaakt door volwassenen die bepalen hoe kinderen zich inde maatschappij zouden meeoten gedragen. Leerlingen zitten tegenwoordig opgesloten in leslokalen met een chipsysteem waarin hun aanwezigheid de hele dag wordt bijgehouden. De analogie met de enkelband van een gedetineerde en het cellenblok van een gevangenis is groot. Gedurende de dag moeten leerlingen gehoorzamen aan de wil van docenten en schoolleiding en dat een aantal jaren aaneengeketend tot het moment dat via een landelijk eindexamen het vonnis wordt geveld of de leerling zijn of haar vrijheid terugkrijgt en in de maatschappij kan worden vrijgelaten. Daar wordt volgens mij niemand vrolijk van, dus ook onze kinderen niet.

In plaats van kinderen algemene nuttige kennis en vaardigheden aan te leren, die ze in hun leven kunnen gebruiken (zoals schrijven, lezen en rekenen) zijn de huidige lesprogramma’s nog het best te vergelijken met socialisatieprogramma’s. Deze programma’s zijn volgens mij vooral ontwikkeld op basis van zaken die in de wereld van volwassenen fout gaan en waar onze kinderen nauwelijks iets aan kunnen doen. Het zou fijn zijn als kinderen zelf in overleg met hun ouders en docenten een voor hen passend en boeiend leerprogramma kunnen vaststellen.

Het schoolsysteem is zo ontwikkeld, dat maar al te duidelijk is wie de toekomstige sociaal zwakkeren zullen zijn en wie de kansrijke begaafden. Als een leerling voor een vakantie- of bijbaantje solliciteert is het al van belang of je moet antwoorden met VMBO,  HAVO of VWO.  Het kind wordt meteen in een hokje geplaatst. Nog nooit was zo duidelijk, dat als je voor dubbeltje geboren bent het wel verdomd lastig is om als kwartje te eindigen en de kasteverschillen worden steeds groter. Docenten geven liever les aan de zogenaamd meer gemotiveerde kansrijke hoger begaafden, dan aan de vooraf als niet-gemotiveerd bestempelde VMBO’er. Geen mens die zich druk maakt over de vraag waarom de motivatie zo laag is. Het probleem ligt volgens volwassenen bij het kind en zelden bij de leeromgeving die hem/haar geboden wordt. Kinderen worden op deze wijze al vroeg in hun ontwikkeling als mens gestuurd richting een behoefte die er in de maatschappij van volwassenen bestaat: meer IT’ers, meer vakmensen in de zorg, meisjes moeten ook techniek leren, enzovoorts. Hoe overheersend vinden wij dat eigenlijk? Wij, volwassenen, hebben het steeds over vrije ontwikkeling van mensen. De leerplicht lijkt sterker dan het recht op onderwijs.

Eigenlijk worden kinderen niet als compleet mens beschouwd. Ze zijn volgens de overheersende volwassenen nog niet af en dienen op school te worden voorbereid op ‘later’. Kinderen moeten leren voor hun toekomst, en begrijpen volgens volwassenen pas later waar dat gedoe op school goed voor was. Op school wordt kinderen door volwassenen, die claimen de noodzakelijk kennis te hebben, steeds verteld wat goed voor hun is. En met het verstrijken van de schooljaren worden de toekomstige ontwikkelingmogelijkheden voor een kind steeds kleiner, omdat steeds weer door volwassenen bepaald wordt wat er nog wel en niet mogelijk is. Volgens mij is dat een zeer effectieve manier om de intrinsieke motivatie van kinderen om te willen leren kinderen er uit te slaan. Het begint met de eerste officiele schooldag. Kinderen kijken er naar uit om naar die school te mogen gaan, maar de lol is er al snel af. Wij, volwassenen, benoemen dit proces ook nog eens als een heel ‘natuurlijke’ ontwikkeling van het kind. Ik kan er echter niets natuurlijks aan vinden. Ons onderwijssysteem heeft eigenlijk heel barbaarse trekken.

Als je vind dat je voor iemand moet denken, dan zou dat moeten zijn omdat hij/zij het nog niet weet en niet, omdat je vind dat het minderwaardig mens is die ‘beschermd’ moet worden. Kinderen zijn geen sociaal zwakkeren.  Waarschuw kinderen voor gevaren zoals je dat een volwassen vriend zou doen. Gewoon omdat het gevaar nog niet bij ze opkomt. Dan benader je het kind volwaardig. Ik heb gemerkt, dat mijn kinderen helemaal niet onbezorgd waren. Regelmatig verrassen ze me met gedachten, waarvan ik als volwassene dacht, dat kinderen die nog niet konden hebben. Een zorgeloos leven is ook voor kinderen niet van toepassing. Laten we ze dus juist heel bewust leren hoe met die zorgen om te gaan, alsof het volwaardige mensen zijn. Leer kinderen verantwoordelijkheden aan. Dat gaat het beste door ze ook ergens verantwoordelijk voor te maken. Met het geven van straffen gaat dat niet lukken. Daarmee groeit alleen maar het verzet tegen de overheersing. Op scholen is dat snel merkbaar, maar ook thuis in het gezin, waar ouders door opvoedkundigen en andere kundigen steeds middelen aangereikt worden, die lijken op die van het strafsysteem van een school. Vrij ontwikkelen of op laten groeien in een dressuursysteem? Als een school voor een kind een boeiende en interessante leeromgeving biedt, dan hebben we geen Leerplichtwet nodig. Kinderen zullen graag naar die school willen. Maak van scholen weer plekken waar een hoop te leren valt.