Mind of an Anarchist


Wat ik zeker weet

Onderheid

 

Er is een groeiend verlangen ons eigen leven te leiden, onze eigen weg in het leven te vinden. En er is een groeiend zelfvertrouwen om moedig te zijn en trouw te blijven aan die levensweg. Mensen willen kunnen staan achter hun beslissingen. We denken steeds meer zelf na over dingen en accepteren consequenties van onze besluiten. Het geeft een gevoel van vrijheid waar we al zo lang naar op zoek zijn. We willen niet meer geregeerd of geleid worden door mensen die keer op keer ons vertrouwen in hen hebben geschaad. Genoeg daarvan. Het is tijd, Onze Tijd.

Regeren is kennelijk voorschrijven aan mensen hoe het leven geleefd dient te worden. Het gaat gepaard met veel beleidmakerij, papieren werkelijkheden, die ver van de mensen af staan. Die tijd is voorbij. Het vertrouwen in de politiek en overheid was nog nooit zo laag in Nederland. Zelden zijn ze er in geslaagd een belofte na te komen. Het bijgeloof in wet en religie is tanende. Het is ons, de mensen, pijnlijk duidelijk geworden, dat ze vooral worden gehanteerd voor eigenbelang. Het machtsdenken heeft zijn tijd gehad. Het is tijd te erkennen, dat mensen een hoog zelforganiserend vermogen hebben, maar steeds worden tegengehouden om het toe te passen. Onder de vlag van een politieke partij of een ander ideologisch orgaan hebben we geen vrijheid gevonden. Het instituut overheid heeft onze levens verslonden. We hebben daar wel genoeg van. In toenemende mate nemen mensen zelf actie om hun leven op zinvolle wijze vorm te geven. ‘Burgerinitiatieven’ worden ze genoemd. Veel bestuurders hebben nog niet in de gaten, dat het om directe actie gaat van mensen zonder inmenging van de overheid. Krampachtig probeert de overheid vat te houden op deze acties door zich er tegenaan te bemoeien. Het heeft nauwelijks succes. Steeds meer politici en ambtenaren raken in conflict met zichzelf. Zij willen het goede doen voor de mensen, maar hun organisatie houdt ze tegen dat te doen. De rollen zijn omgedraaid. Directe acties van mensen sturen de overheid aan in plaats van dat de overheid nog langer voorschrijft wat dient te gebeuren.

Is dat erg? Ik denk het niet. In het kennistijdperk hebben mensen toegang tot vele bronnen voor het oplossen van hun problemen. Veel van die problemen werden ooit ‘politieke problemen’ of ‘overheidsproblemen’ genoemd en dienden dus door de politiek en overheid te worden opgelost. Het besef groeit, dat het ‘onze problemen’ zijn en dat wij, de mensen, ze dus ook zelf op moeten lossen. Een beweging die ik van harte toejuich. Als wij onze gemeenschap willen versterken, dan moeten we de rol van de overheid verzwakken. Het gaat niet om burgerparticipatie, maar om overheidsparticipatie, waarbij geldt: ‘Hoe kan de overheid nog een zinvolle bijdrage leveren aan de gemeenschap?’ Alle activiteiten van de overheid zullen tegen het licht worden gehouden. Dragen ze bij aan betere gemeenschap of niet? Zo niet, dan nemen wij, de mensen, er afscheid van. Piramides van macht worden vervangen door netwerken van mensen met eenheid van opvatting over hoe ze samen willen leven. Zij nemen regie voor de oplossing van hun problemen, waarbij van de overheid wordt verwacht dat zij hieraan op coöperatieve wijze bijdragen door de initiatieven mogelijk te maken. Heilige huisjes zullen hierbij moeten worden afgebroken. Deze verandering zal niet altijd even gemakkelijk gaan natuurlijk. Heel wat debatten en bureaucratische grindbakken zullen er worden opgericht door politici en ambtenaren, die nog in het oude machtsdenken vastzitten. Een voor een zullen ze worden geslecht. Onderschat nooit de kracht van de zwerm, vooral als die uit mensen bestaat.

Directe actie voelt als vrij leven met alle daarbij komende verantwoordelijkheden, maar in het volle bewustzijn van leven in een vrije gemeenschap. Het is geen technisch probleem, maar een activiteit van menselijk organiseren. De mensen geven wel aan wat handig is om voor iedereen op dezelfde wijze te organiseren. Die taak is dan aan een ‘onderheid’, de tegenhanger van overheid. Dat is wat ik zeker weet.

Advertenties


10 Nieuwe beginselen voor de economie

Het wordt steeds een beetje beter. Ondanks voortdurend stijgende werkloosheidscijfers, steeds hogere energiekosten, de kennelijk bodemloze beerput van bankschandalen, naar beneden bijgestelde ‘credit ratings’ van alles wat in geld uit te drukken is en ondanks politici, wiens holle frasen en loze beloftes op beterschap allang niet meer worden geloofd, is er een kentering gaande in het denken over hoe Wij, de mensen, ons leven kunnen beteren. Misschien wel de krachtigste katalysator voor een fundamentele verandering is vernieuwing van de organiseerprincipes onder ons economische systeem, dat uit de 19e eeuw stamt. Een ‘upgrade’ anno de 21e eeuw is dringend noodzakelijk. Daarom introduceer ik hier graag een tiental van deze ‘nieuwe’ economische principes.

 

Principe 1: Het behoud van de natuur, haar grondstoffen en haar organiseerprincipes staan aan de basis van hoe wij, de mensen, onze samenleving organiseren.

Terug naar de menselijke maat in en met de lokale natuurlijke omgeving. Het met brute kracht forceren van ons bestaan op aarde heeft veel schade toegebracht aan ons ecosysteem. We hebben de natuur er echter nooit door kunnen bedwingen. Als de mens als soort wil overleven, dan zal ze zich aan de natuurlijke context moeten aanpassen.

 

Principe 2: Je doet de dingen zélf, tenzij er iemand is die het beter kan.

Dit principe leerde ik in het Noordoosten van IJsland, waar gemeenschappen niet veel groter zijn dan enkele honderden inwoners. Van de crisis hebben zij weinig gemerkt, want er waren nooit veel grondstoffen en middelen voorhanden om groot te denken of om specialisten in te huren. Het streven is om zelfvoorzienend te zijn. Dat geeft vrijheid, maar vraagt ook verantwoordelijkheid voor het onderhouden van je eigen vakmanschap en een houding van een leven lang leren en werken aan je eigen curriculum voor het leven.

 

Principe 3: Economische bedrijvigheid streeft naar het beste voor de wereld.

In plaats van de beste ván de wereld te willen worden, streven we er naar onze bedrijvigheid te laten bijdragen aan het beste vóór de wereld. Lokaal georganiseerde coöperatieve economieën leiden tot grotere sociale samenhang en grotere gelijkheid, zonder dat we allemaal eenheidsworst hoeven te worden. Er zijn voldoende mogelijkheden om je te onderscheiden.

 

Principe 4: Delen is het nieuwe hebben.

Was het verzamelen en hebben van kapitaal de grote drijfveer achter het huidige neoliberale kapitalistische economische systeem, in haar opvolger anno 21e eeuw zijn kennis en creativiteit de belangrijke drijfveren. En voor kennis en goede ideeën is delen de krachtigste vermenigvuldiger. Eigendom is een vorm van diefstal.

 

Principe 5: Op basis van overvloed in plaats van schaarste.

Er is genoeg voor iedereen als we afleren in termen van schaarste te denken. Schaarste leidt tot enorme economische ongelijkheid. Het gaat er ook niet om iedereen een luxe leven te bieden, maar over het creëren van een wereld van mogelijkheden, die voor iedereen op gelijkwaardige voorwaarden toegankelijk zijn. De hiervoor noodzakelijke technieken zijn al in belangrijke mate beschikbaar. Geef ze in handen van iedereen en overvloed wordt een belangrijke katalysator naar een robuuste en duurzame maatschappij.

 

Principe 6: Economie streeft naar het eerlijk verdelen van de welvaart.

Technologische vooruitgang maakt ons leven gemakkelijker en bespaart ons veel tijd. Het zorgt er echter ook voor, dat er in de toekomst steeds minder banen beschikbaar zijn voor steeds meer mensen. En aangezien onze individuele welvaart wordt betaald met het inkomen uit werk zullen we naar een systeem moeten, waarin de welvaart op een eerlijke manier wordt (her)verdeeld. Laten we de welvaartsongelijkheid zich verder ontwikkelen, zoals in ons huidige economische systeem gebeurt, dan is het gevolg een explosieve sociale toestand, die zal leiden tot burgeroorlogen en ander geweld. Ik kies dan liever voor sterke sociale samenhang.

 

Principe 7: Economie is circulair georganiseerd.

In de economie van de toekomst bestaat geen afval. ‘Cradle to Cradle’ is uitgangspunt voor het ontwerpen en produceren van producten. Ook geldstromen volgen circulaire patronen. Lokale economieën vormen de basis, waarbij lokaal bestede middelen bij voorkeur ook weer lokaal geïnvesteerd worden. U betaalt niet langer voor het verbruik, maar voor het (tijdelijk) gebruik van middelen.

 

Principe 8: Genoeg is genoeg

Kwantitatieve economische groei heeft zijn grenzen. Volwassen economieën streven vooral kwalitatieve ontwikkeling na. Hogere levenskwaliteit voor iedereen, gebaseerd op de ‘Piramide van Overvloed’ (Damandis & Kotler): beschikbaarheid van goed drinkwater, gezond voedsel, veilig onderdak, vrije communicatie, vrije toegang tot informatie, toegang tot goed onderwijs, beschikbaarheid van duurzame energie, sterke gezondheidszorg en individuele vrijheid die niet bijt met de samenlevingsvrijheid. Je neemt niet meer dan noodzakelijk, dan heeft een ander ook wat en wordt de natuur niet onnodig belast met onze verbruikszucht.

 

Principe 9: Wie het weet mag het zeggen.

Het tijdperk van management is voorbij. Door de hoge onderlinge verbondenheid in (virtuele en sociale) netwerken en 24/7 beschikbaarheid van benodigde informatie raken managers in toenemende mate overbodig. Hun kennisvoorsprong en bijbehorende machtspositie gaan in rap tempo verloren. In platte netwerken bepalen kennis, talent en vaardigheden in een specifieke context wie tijdelijk de leiding krijgt. Het gezamenlijk doel van een netwerk van gelijk geïnteresseerden is leidend voor wat moet gebeuren.

 

Principe 10: Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Samenwerken is het geheim van het succes van de toekomstige economie. Marktwerking heeft dit probleem niet op kunnen lossen. We kunnen er maar het beste afscheid van nemen. Concurrentie leidt vaker tot competitievervalsing dan tot open en eerlijke coöperatie. Zij die blijven kiezen voor snel en bovenmatig eigengewin zullen ontmaskerd worden en indien noodzakelijk uit de netwerken verstoten worden.

 

Beetje bij beetje ontdekken we organiseerprincipes, die het predicaat duurzaam en robuust lijken te mogen dragen. Het zijn de principes van toekomstige generaties. Bent u geboren voor 1985, dan zult u ze nog wel verwarrend vinden, omdat de algoritmes van ons oude denken in de weg zitten. Voor generaties geboren na 1985 zijn deze principes al vanzelfsprekender. Zij gedragen zich niet als boekhouders, maar durven ongehoorzaam te zijn. Ze laten zich leiden door hun idealen, dromen en wensen. Laten wij, oudere generaties, ons vooral door deze generatie laten leiden en ze helpen behoeden voor de fouten die wij in onze tijd gemaakt hebben. Wilt u meer betekenen? Stelt u zichzelf dan de volgende vraag: Doet u momenteel iets dat een betekenisvolle bijdrage levert aan genoemde 10 beginselen? Als het antwoord ‘Nee’ is, weet u wat u te doen staat.

Deze column is eerder geplaatst op http://www.organisatieactivist.nl



Last van ideologieën

In de NRC Next van 7 april 2010 las ik een artikel van Rob Wijnberg. Hij constateert dat in het huidige politieke bestel het steeds lastiger wordt om brede coalities te vormen, omdat partijen steeds principiëler ideologische standpunten innemen. Hij argumenteert, dat dit vanuit een agonistisch perspectief  gezien niet op een ‘crisis’ van het huidige democratische model duidt, maar eerder op de vitaliteit ervan. Volgens agonistische opvatting is de ideologische strijd namelijk essentieel voor een democratie. Ik heb daar zo mijn bedenkingen tegen. Het oud-Griekse woord agon betekent ‘strijd’ of  ‘tegenstand’ en agonisten gaat het juist om het opwerpen van ‘breekpunten’ en de strijd aangaan met de ‘tegenpartij’, de antagonisten. Ik weet niet hoe dit bij u overkomt, maar deze woorden roepen bij mij geen prettige en leuke samenwerking op. Toch maakt Wijnberg wel een belangrijk punt. Ideologieën zitten ons wel degelijk in de weg.

De overheersende democratie

Laten we beginnen bij het tegenovergestelde van anarchie, de dictatuur. Als er één situatie is waarin het samenleven wordt bepaald door de overheersing, dan is het wel in een dictatuur. En de geschiedenis leert ons, dat in dictaturen het plezier meestal ver te zoeken is. U kunt aanvoeren, dat een democratische manier van samenleven een prima werkend alternatief is. Dat lijkt mij een open deur. Vrijwel alle andere ideologieën zijn prettiger dan de dictatuur. Onze democratieën hebben echter nog steeds dictatoriale trekjes.  Een democratie is een situatie waarin het volk heerst. Er wordt geheerst, en wel door de stem van de meerderheid. Daarmee wordt geen recht gedaan aan alle belangen. Toch een minder leuk dictatoriaal trekje. In ons democratische systeem hebben we slechts eens in de vier jaar invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Na de verkiezingen gaat het nog slechts om electoraal gewin, zodat bestuurders hun machtspositie kunnen behouden. Wat wij een democratische samenleving noemen heeft nog het meeste weg van een aardige dictatuur.

U zult nog een volgend alternatief in de strijd kunnen gooien: het liberalisme. Met haar voortdurende suggestie van volledige keuzevrijheid voor het individu lijkt het er op alsof zij mensen pas echt vrij laat te kiezen. De keuzes zijn echter onderling zodanig verbonden, dat slechts een relatief klein aantal personen er individueel wel bij varen. De onderlinge samenhang van keuzes maakt een zuiver liberalisme in de basis al onmogelijk. Er zijn weinig keuzes, die je werkelijk individueel, en zonder rekening te houden met enig ander belang, kunt maken. Dat mensen met hun eigen meningen via volledige keuzevrijheid ‘naast’ elkaar en ‘in’ de natuur kunnen leven is volgens mij dus een onhoudbare stelling. De verbinding tussen mensen en natuur is zo sterk en complex, dat je ze onmogelijk helemaal kunt ontkoppelen. De liberale belofte is dan ook een schijnvrijheid, die we als alternatief voor een democratie niet echt serieus kunnen nemen.

Daarmee kom ik graag terug op mijn favoriete ideologie die eigenlijk helemaal geen ideologie is, de Coöperatieve Anarchie, de basis van alle natuurlijke organisatie, die zelforganiserend tot stand komt en in beginsel al coöperatief is. Kijk maar eens naar hoe de natuur op een coöperatieve manier tot stand komt. Bomen zouden in principe tot in de hemel kunnen groeien en toch doen ze dat niet. Zelfs de evolutie heeft daar nog niet voor gezorgd. Altijd maar groeien is kennelijk helemaal niet zo natuurlijk. De natuur leeft samen vanuit een voortdurend uitbalanceren van individuele belangen zonder dat er daarbij één belang allesoverheersend is. Hieruit ontstaat als vanzelf een grote diversiteit aan oplossingen, samenwerkingen en evenwichten. Dat maakt de natuur ook zo krachtig, zo moeilijk te overheersen en zo lastig te beheersen. Natuur dat wel tracht te overheersen zaait dood en verderf.

Als je je zin wilt doordrijven dan is daar flink wat macht en geweld voor nodig en er is slechts één wezen op aarde die in staat lijkt om zoveel geweld tegen natuurlijke zelforganisatie te ontwikkelen, dat zij haar zin in grote mate kan doordrijven: de mens. Het is echter nog maar de vraag of het de mens werkelijk zou lukken alles te overheersen. De wijze waarop we nu omgaan met de natuur op aarde leidt waarschijnlijk tot een dusdanig sterke natuurlijke tegenkracht, dat zelfs de mens uiteindelijk het onderspit zal delven tegen de coöperatief anarchistische natuur. Het vervelende daarbij is, dat de natuur eerst zodanig uit balans wordt gebracht, dat het vele miljoenen jaren van natuurlijke zelforganisatie zal kosten om het evenwicht op aarde te herstellen. Dat lijkt mij geen leuk vooruitzicht.

Ideologieën ontstaan om natuurlijke zelforganisatie te beteugelen. Het zijn slechts ideeën om zaken naar eigen hand te zetten, voor eigen belang. Ook in democratieën en liberale omgevingen speelt het eigen gewin een voorname rol. Zij bieden slechts vriendelijke alternatieven om de menigte eronder te houden. Het zelforganiserende karakter van de coöperatieve anarchie moet daarvoor beteugeld worden, want dat leidt maar tot onvoorspelbare uitkomsten voor de heersende groep. Daarin zijn deze ideologieën aardig geslaagd. Het spontaan optreden van alternatieve coöperatieve samenlevingen moet in het licht van dictatoriale, democratische en liberale ideologieën steeds voorkomen worden. En dus wordt ieder optreden tegen deze ideologieën als ‘anarchistisch’ benoemd, waarbij de nadruk wordt gelegd op het opstandige karakter van de plegers, de anarchisten. Dat hebben deze overigens wel deels aan zichzelf te danken. Anarchistische denkers uit het verleden koppelden gewelddadige revolutionaire acties aan hun gedachten. Daarmee werden zij echter eerder onderdeel van het door hen verfoeide staatssysteem, dan dat ze een plezierig alternatief lieten zien. Vanuit het gewelddadige gedrag is de idee ontstaan dat anarchisten tegen orde en gezag zouden zijn en dat typische anarchisten voortdurend uit zijn op relschopperij en andere agressief gedrag tegen de (over)heersende orde.

Ideologieën sturen in belangrijke mate ons denken over en gedrag in de samenleving aan, en daarom een belangrijk fenomeen, waar we regelmatig op zouden moeten reflecteren, zodat we begrijpen welke stuurcodes er achter ons gedrag zitten.  U zou kunnen stellen dat coöperatieve anarchie ook een ideologie is. Afgezet tegen die andere ideologieën lijkt dat ook wel zo, maar het grote verschil zit hem in de basis. In het licht van de coöperatieve anarchie is er geen overheersing van enige ideologie. Het enige wat overheerst is er samen op een coöperatieve manier het beste van maken. Dat lijkt mij een heel prettig fundament voor iedere vorm van samenleven.