Mind of an Anarchist


Wanorde en chaos als de ordetroepen verschijnen

Al bijna twee weken bezetten ze het Puerta del Sol-plein in Madrid. Spaanse jongeren die protesteren tegen de jeugdwerkloosheid (inmiddels 43%) in hun land, tegen overheersing door het neo-kapitalisme, dat ze verwijten een kansloze situatie te hebben veroorzaakt voor jonge mensen. Het is een geordend protest. Er worden geen stenen gegooid, barricades opgeworpen of auto’s gemolesteerd. In plaats daarvan houden ze met ekaar dialogen over de echt belangrijke onderwerpen van deze tijd. Hun tentenkamp breidt zich iedere dag uit. De demonstranten hebben uitgiftepunten ingericht voor eten en drinken, er is een kindercrėche en een afdeling gevonden voorwerpen. De bedoeling is de revolutie ‘respectvol te laten verlopen’.

In Barcelona hadden sympathisanten van de demonstranten in Madrid een soortgelijk kamp opgeslagen op het Plaza de Catalunya. Ook hier protesten tegen de hoge werkloosheid onder jongeren en de door regering vastgestelde bezuinigsmaatregelen. Er was niets geweldadigs of onbehoorlijks aan het protest te merken. Echter, op vrijdag 27 mei, de dag voorafgaand aan de Champions League Finale voetbal tussen Manchester United en Barcelona, ging het mis. Het Plaza de Catalunya stond gepland als plein voor feestelijkheden voor het geval Barcelona de cup met de grote oren zou winnen. De burgermeester verzon een reden om de oproerpolitie op de demonstanten af te kunnen sturen. ‘Veiligheid’en ‘hygiëne’ werden de drogredenen voor het gebruik van buitenproportioneel geweld. Met harde hand werd het plein schoongeveegd. De televisiebeelden tonen harde klappen uitgedeeld door de oproerpolitie en er wordt zelfs op de demonstranten geschoten met rubberen kogels. Meer dan honderd gewonden vielen er in het geweld.

Het zal wel aan mijn verkeerde begrip van de term ‘oproerpolitie’ of ‘ordetroepen’ liggen, maar het lijkt mij, dat veel demonstraties best heel ordelijk verlopen, totdat  de ordetropen verschijnen. Na slechts enkele simpele waarschuwingen besluiten zij tot het aanwenden van grof geweld, waarbij de maat ook nogal eens zoek raakt. Er is geen sprake van het zoeken van de dialoog met de demonstraten, geen sprake van enige wil om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Het enige wat wordt uitgesproken is iets in de trant van: “Verwijdert U of geweld zal worden gebruikt!”. Daar waar de demonstratie behoorlijk ordelijk verliep, ontstaat ineens chaos en wanorde. In Barcelona, omdat een voetbalfinale kennelijk belangrijker wordt geacht dan 43% jeugdwerkloosheid en een uitzichtloze toekomst voor jongeren. Het is maar dat u zich realiseert wat er gebeurt. En in het vervolg op de veldslag worden in de media door heersers, overheid en andere machthebbers vooral de demonstranten afgeschilderd als de ordeverstoorders. Dat is de wereld op zijn kop.

Reality check: Het zijn de machthebbers, die vooral hun eigen orde en positie willen handhaven. Daartoe gebruiken zij de hun ter beschikking stande machts- en geweldmiddelen, zoals oproerpolitie met wapenstokken en rubber kogels. Hun, vooral economisch, eigenbelang gaat kennelijk boven belangen van bijvoorbeeld werkloze jongeren. Het is dus maar wat je onder orde verstaat. Colin Ward zegt het met deze woorden: “Er is een orde opgelegd door geweld en terreur, er is een orde afgedwongen door bureaucratie m.b.v. politie en er is een orde, die spontaan ontstaat, omdat wij sociale dieren zijn, in staat om ons eigen lot te bepalen”.  Als de eerste twee vormen van orde afwezig zijn, heeft de spontane en vooral veel menselijkere vorm van orde kans zich te ontwikkelen. Pas dan zullen we ons vrij kunnen voelen, een orde waarvan Pierre-Joseph Proudhon stelt: “Vrijheid is de moeder, en niet de dochter, van alle orde.”



Op weg naar de onherstelbaar en ongeneeslijk vrije samenleving

De roep die opstijgt uit alle regimeomwerpingen is die om Vrijheid. Of het nu gaat om overheersing door dictators, door een parlementaire democratie, kerkelijke leiders, managers of door andere bazen maakt niet uit. Dit soort (groepjes) individuen stelt de eigen individuele vrijheid boven die van de samenleving en dus boven andermans individuele vrijheden. Ze eigenen zich scharse middelen toe in een mate, die een normale acceptabele behoefte overtstijgt en veroorzaken daarmee problemen en overlast en ellende in allerlei mate voor anderen. De groei van hun eigen individuele vrijheid, die dit soort types nastreven, is niet alleen geweldig, maar vooral ook geweldadig.

De mate van vrijheid in een samenleving is een optelling van alle individuele vrijheden van de leden van die samenleving, die voor anderen geen ellende veroorzaken. Doet de individuele vrijheid van iemand (of een groepje individuen) dat wel, dan kun je al gauw niet meer van een vrije samenleving spreken. Daar komt bij, dat er op aarde altijd sprake is van schaarste. We kunnen daardoor domweg niet allemaal onze individuele vrijheden uitleven en nemen wat we willen, zonder dat we iemand daarmee beperken in zijn/haar indiviudele vrijheid. We zullen altijd onze individuele vrijheden met elkaar moeten afstemmen om ook samenlevingsvrijheid te kunnen genieten. Iedere overheersende individuele vrijheid is teveel.

De individuen die veel last ondervinden van overheersende individuele vrijheden hebben daar kennelijk genoeg van. In toenemende mate komen ze met elkaar in opstand tegen de overheerser of bezetter van hun samenlevingsvrijheid. Heersers willen helemaal niet, dat hun samenleving op Vrijheid gebaseerd wordt, zelfs niet als het in hun partijnaam staat. Zij kiezen kennelijk voor de vrijheid van sommigen en dus voor onvrijheid van anderen. Het is dan bijvoorbeeld ook een terechte vraag of de NAVO ingrijpt in Libië uit zorg voor de samenlevingsvrijheid of dat het gaat om de individuele vrijheden van de landen die meedoen. Het probleem is namelijk, dat de NAVO (en soortgelijke instanties) in het algemeen vooral politiek gestuurd worden en politici zijn nu eenmaal lid van partijen, die samenlevingsvrijheid niet als uitgangspunt nemen.

Ondertussen dromen de opstandelingen in Libië en andere Arabisce landen, van vrije verkiezingen. Het zou voor hun een flinke stap vooruit zijn naar een beschafde samenleving, vergeleken bij het huidige dictatoriale regime. Echter, een beschaafde democratie met volledige samenlevingsvrijheid, daar zijn er nog niet veel van in de wereld, want eschaafd is een samenleving volgens mij pas als alle schaarse middelen door de mensen uit zichzelf eerlijk verdeeld worden. Het is dus te hopen, dat na de verwijdering van allerlei dictatoriale regimes er samenlevingen ontstaan, die Vrijheid werkelijk als grondslag nemen, en dat ze zich niet laten verleiden tot iets als bijvoorbeeld een parlementaire democratie, hoe aardig deze dictatuur ook is ten opzichte van het verdreven regime. Het is aan ONS, de mensen, die wonen in de parlementaire democratieën om ze hiervoor te waarschuwen.

Aan allen, die zich momenteel ontdoen van dictatoriale regimes, doe ik derhalve een oproep om ook te leren van de onvolkomen samenlevingsvrijheid van parlementaire democratieën. U heeft binnekort de kans te bouwen aan de onherstelbaar en ongeneeslijk gezonde vrije samenleving.  Neem daar met elkaar gerust aale tijd en Vrijheid voor. Succes gewenst!

 



Stemmen is helemaal niet zo democratisch

‘Maak gebruik van uw democratisch recht en ga stemmen’, luidde de oproep van politici voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Het riep bij mij vraagtekens op. Hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik me afvroeg hoe stemmen democratisch te noemen is. Door te stemmen kiezen we er immers voor overheerst te worden door een kleine groep mensen, politici genaamd en ik kan daar weinig democratisch aan ontdekken.

Degene die zitten te springen om onze stem zijn vooral de politici en hun partijen. De groep stemgerechtigden, niet alle inwoners van ons land (!), kunnen alleen stemmen op mensen die zich verkiesbaar hebben gesteld en dus ook een politieke carriere ambieren. De politici en hun partijen, die veel stemmen krijgen mogen gedurende een regeerperiode het volk regeren, ofwel heersen. De stemmers hopen er maar het beste van.

Een ander veelgehoord argument uit de mond van een politicus: “Het land moet geregeerd worden!” Van wie eigenlijk, vroeg ik me af. En alweer kwam ik niet verder dan diezelfde politici. Zij willen namelijk regeren. Op één of andere manier weten politici kennelijk altijd hoe de samenleving geregeld moet worden in ons land. Zij zijn van mening dat WIJ, de mensen, niet zo goed voor ons zelf kunnen zorgen en nemen dus de vrijheid dat voor ons te doen. Niks samen-leving, gewoon onderdanig zijn, noem ik dat. Stemmers geven aan, dat ze het zelf niet kunnen of willen organiseren. De praktijk van Belgie laat zien, dat het zonder regering echter ook prima kan. Het zijn vooral de politici in Brussel die donderjagen met elkaar, verder lijkt het er vrij geordend en beschaafd aan toe te gaan. Ik ben jaloers op België.

Het blijft ook lastig als steeds de helft plus 1 zijn zin krijgt en de anderen dus niet. Volgens mij zijn er dan nog steeds heel veel mensen niet blij. Hun motivatie om iets voor de ‘regeerders’ te doen is automatisch niet erg hoog. Het liefst zijn ze dan ook bezig met het onderuit halen van de regering om vervolgens zelf te kunnen overheersen. Een cyclus van ongeveer 4 jaar is het patroon. Het zou veel leuker zijn als we gewoon in zouden zetten op iedereen. En als we het dan toch graag steeds over co-sensus willen hebben, waarom doen we het dan niet? Als iedereen het eens is met een voorstel, dan is de kans groot dat het voorstel goed wordt uitgevoerd. Een besluit nemen zal wellicht iets langer in beslag nemen, maar kwalitatief zal het een veel beter besluit zijn en het verbetert de sociale samenhang ook nog eens aanzienlijk. Vooraf lijkt het traag, maar als we zien, dat er nu iedere nieuwe regeerperiode wijzigingen doorheen worden gedrukt door een nieuwe regering, dan valt dat eigenlijk best mee. En het leuke is, dat we niet over elk detail met iedereen in gesprek willen of hoeven, waardoor veel zaken door de mensen zelf georganiseerd kunnen worden. Dat bespaart bergen tijd en geld lijkt mij en het maakt ons vooral gelukkiger, omdat WIJ, de mensen, de regie over ons leven veel meer in iegen handen hebben.

Bij de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten was de opkomst 55,9 %. Dat betekent dat 44,1% van de stemgerechtigden (nog steeds niet alle inwoners van Nederland) niet heeft gestemd. Zij hebben dus geen mandaat gegeven aan anderen om over hen te regeren.  Veel mensen stemden ook op kleine partijtjes die de kiesdrempel niet haalden. Die stemmen gaven dus ook geen regeermandaat. En dan is er een flinke groep mensen, die slechts om één standpunt op iemand hebben gestemd. Zij gaven dus slechts een heel beperkt mandaat af, maar daar heeft niemand het nu meer over. En dan is er nog de, altijd weer belangrijke, ‘zwevende kiezer’, die het even niet weet. Hij/zij stemde wellicht op die leuke man of vrouw, die een grappige uitspraak of zo’n lief gezichtje heeft, of voor waar de buren of collega’s ook voor zeiden te stemmen. Een echt regeermandaat kun je dat nauwelijks bedoelen. En zo kan het gebeuren dat WIJ, de mensen, ons laten regeren door slechts een heel kleine vertegenwoordiging. Hoe democratisch kan dat zijn?

Het lijkt mij, dat dit beperkte democratische systeem het einde van haar levenscyclus heeft bereikt. Hoog tijd voor Iedereen! Politici hebben we echt niet nodig om onze samen-leving te co-creëren. Er is wellicht wel behoefte aan  goede vakbekwaame ambtenaren. Die kunnen die dingen voor ons regelen, waarvan WIJ, de mensen, vinden dat ze door hun voor iedereen (!) geregeld moeten worden. En de rest doen we zelf wel.

 



De Wijsheid van Iedereen

De verkiezingen van 9 juni 2010 zijn weer achter de rug en meer dan ooit heb ik vragen bij de staat der Nederlanden. Nog afgezien van de uitslag, is het meer dan ooit duidelijk dat het huidige parlementaire systeem eerder leidt tot grotere verwarring en verharding van de politieke competitie, dan dat het bijdraagt aan een wijze besluitvorming. Maar goed, ik mag ook een beetje tevreden zijn. Het opkomstpercentage van slechts 73% zou wel eens kunnen betekenen, dat 27% van de stemgerechtigden heeft gekozen voor Cooperatieve Anarchie, en dat geeft mij dan weer hoop.

Van een doorslaggevend politiek mandaat is met de verkiezingsuitslag van 9 juni 2010 geen sprake. Op basis van het opkomstpercentage zou volgens mij 27% van de kamerzetels onbezet moeten blijven. Omgerekend zijn dat 41 zetels! Dan zijn er mensen die hebben gestemd op partijen die de kiesdeler niet eens haalden, zoals de Piratenpartij en Lijst Één. Dat zou zomaar nog eens 2% kunnen schelen, oftewel 3 zetels. Dan is er een groep kiezers, die bewust op een partij met een bepaald standpunt hebben gestemd, maar die partij gooit één dag na de verkiezingen dat standpunt overboord. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de PVV, die de dag na de verkiezingen haar standpunt t.a.v. de AOW-leeftijd aanpaste, waardoor verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd ineens ook bij hun bespreekbaar is. Niet al hun kiezers steunen dit besluit en stemmen dus ook niet langer volledig in met het gegeven mandaat aan de PVV. En we kunnen verwachten, dat er meer partijen tijdens de formatieperiode aan hun standpunten gaan rommelen om maar vooral mee te mogen regeren. Al met al brokkelt het gegeven mandaat aan de betrokken partijen af. Laten we aannemen, dat 10% van de stemmers anders zouden hebben gestemd als ze dit gedraaikont vooraf zouden hebben geweten.  Volgens mij is dit niet zo beroerd ingeschat, want met een regering die uit vele partijen zal moeten bestaan om de helft + 1 te kunnen halen, is de kans groot dat er heel wat ‘harde’ standpunten ineens boterzacht blijken te zijn. Hiermee vallen er weer 15 zetels af van het kiezersmandaat voor de regering. En dan is er natuurlijk nog de behoorlijke grote groep zwevende kiezers, die tot op de dag van de verkiezingen niet weten op welke partij ze willen stemmen , maar wel vinden dat het hun burgerplicht is om te gaan stemmen en vervolgens volledig irrationeel een keuze maken. Eigenlijk hadden ze op meerdere partijen willen stemmen, omdat ervoor hun meerdere partijen zijn, die hun standpunten vertegenwoordigen. Deze groep zou zomaar 30% van de kiezers kunnen omvatten en daarmee 45 zetels vertegenwoordigen. Als we dan nog eens tellen dan hebben we het over slechts 46 regeringszetels die ons de komende jaren de wet voor gaan schrijven. Ik hoop daarmee te hebben duidelijk gemaakt dat ons systeem van politieke besluitvorming niet meer werkt. Het heeft nauwelijks meer iets met democratie te maken, want veruit de meerderheid van de bevolking heeft geen invloed meer op de besluitvorming of geeft geen mandaat aan de regering. Het systeem van Thorbecke heeft zijn tijd gehad. Er is dringend behoefte aan een fundamenteel ander besluitvormingsproces met een aanpak, waarbij veel mensen steeds betrokken zijn bij en verantwoordelijk worden voor het nemen van belangrijke besluiten.

Het probleem van het systeem is dat we individueel ergens voor kiezen en dat er geen gezamenlijkheid wordt gezocht. En individueel kiezen we het liefst voor ‘meer, meer, meer’ dan voor wat nodig is voor het geheel. We zijn ons er zelfs niet eens meer bewust van. We stemmen op onze eigen individuele behoeften: minder belastingen, geen aanpassing van de AOW-leeftijd, allemaal een koophuis i.p.v. bijvoorbeeld het accepteren van belastingen (liefst naar draagkracht) voor het gezamelijk financieren van onze gezamenlijke wensen en het bouwen van sociale huurwoningen voor mensen die moeilijk aan een hypotheekfinanciering kunnen komen. Helaas, de staat der Nederlanden is er één van ‘wij hebben gewonnen, dus wij bepalen wat er gebeurt’. Ik vind dat een kwalijke moraal.

De winnaars van de verkiezingen van 9 juni 2010 zijn partijen die het nogal hoog op hebben met wetgeving en handhaving.  Ze gaan uit van de idee met wetgeving en strakke handhaving het volk weer in het gareel te krijgen en de vrijheid daarmee te bevorderen. Het gevolg is echter het tegenovergestelde. Een woud aan regelgevingen maakt ons dom, angstig en corrupt. Liever zou ik zien, dat we begrijpen dat moraliteit zich niet in wetgeving laat vangen. Het groeiende woud aan wetgeving maakt ons wantrouwend naar elkaar. Er zijn al landen op de wereld waar dit principe in hoge mate wordt toegepast, waarbij mensen voortdurend voor elkaar op de hoede moeten zijn om geen rechtszaak tegen zich aangespannen te krijgen. In deze systemen, ook wel ‘rechtstaten’ genoemd, wordt het gevoelloos volgen van de spelregels beloond met allerlei prikkels, zoals belastingverlaging en bonussen. Het gevolg is dat wenselijk gedrag niet gestimuleerd wordt, maar door iemand gewenst gedrag. Voelt u de nuance? Als je leuk meespeelt, dan is er niets aan de hand en kun je je er altijd op beroepen, dat je volgens de regels van het spel hebt gespeeld. Dat is jammer, want die spelregels krijgen in de loop van de Tijd nieuwe betekenissen en zouden dus meer in de geest moeten worden geïnterpreteerd dan letterlijk worden toegepast.

Een maatschappij gebaseerd op wantrouwen is geen goede basis voor vrijheid en zo’n samenleving lijkt mij dan ook helemaal niet leuk. Liever kies ik voor vertrouwen als basis en een houding om steeds het geheel te beschouwen in de besluitvorming, zeker als je voor andere mensen besluiten neemt. Zo’n besluitvormingsproces vraagt om dialoog, respect en een goed oordelingsvermogen van de deelnemers over gemeenschappelijke zaken. Dit betekent, dat debatten verleden tijd zijn. Debatten moeten namelijk door iemand gewonnen worden en zijn derhalve niet geschikt voor het bereiken van win-win uitkomsten.  Het is juist belangrijk om met elkaar diverse keuzemogelijkheden te creëren voor oplossing van een probleem en deze te beoordelen op hun wenselijkheid. Daarvoor dienen bij voorkeur zoveel mogelijk mensen met hun eigen verschillende belangen betrokken te zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor het creëren van oplossingen en het nemen van besluiten. Vertrouw daarbij op het proces van een goed gefaciliteerde dialoog tussen alle belanghebbenden. De kwaliteit van de besluiten zullen u blij verrassen.

Inmiddels zijn hiervoor mooie technieken ontwikkeld, zoals ‘World Café’ en ‘Whisdom Councils’, die het proberen meer dan waard zijn. Alleen in dialoog met anderen ontstaat vertrouwen, volgens mij een heel gezonde basis voor een duurzame samenleving. Kies voor elkaar en voor de wereld en ‘never underestimate the whisdom of the crowd’!

Op 14, 15 en 16 juni zal in het Filosofiehotel in Leusden door Jim Rough een workshop worden verzorgd over ‘Dynamic Facilitation’, een dialoog voor participatieve besluitvorming met de methode van ‘Whisdom Councils’. Zie www.delimes.nl voor meer informatie.



Last van ideologieën

In de NRC Next van 7 april 2010 las ik een artikel van Rob Wijnberg. Hij constateert dat in het huidige politieke bestel het steeds lastiger wordt om brede coalities te vormen, omdat partijen steeds principiëler ideologische standpunten innemen. Hij argumenteert, dat dit vanuit een agonistisch perspectief  gezien niet op een ‘crisis’ van het huidige democratische model duidt, maar eerder op de vitaliteit ervan. Volgens agonistische opvatting is de ideologische strijd namelijk essentieel voor een democratie. Ik heb daar zo mijn bedenkingen tegen. Het oud-Griekse woord agon betekent ‘strijd’ of  ‘tegenstand’ en agonisten gaat het juist om het opwerpen van ‘breekpunten’ en de strijd aangaan met de ‘tegenpartij’, de antagonisten. Ik weet niet hoe dit bij u overkomt, maar deze woorden roepen bij mij geen prettige en leuke samenwerking op. Toch maakt Wijnberg wel een belangrijk punt. Ideologieën zitten ons wel degelijk in de weg.

De overheersende democratie

Laten we beginnen bij het tegenovergestelde van anarchie, de dictatuur. Als er één situatie is waarin het samenleven wordt bepaald door de overheersing, dan is het wel in een dictatuur. En de geschiedenis leert ons, dat in dictaturen het plezier meestal ver te zoeken is. U kunt aanvoeren, dat een democratische manier van samenleven een prima werkend alternatief is. Dat lijkt mij een open deur. Vrijwel alle andere ideologieën zijn prettiger dan de dictatuur. Onze democratieën hebben echter nog steeds dictatoriale trekjes.  Een democratie is een situatie waarin het volk heerst. Er wordt geheerst, en wel door de stem van de meerderheid. Daarmee wordt geen recht gedaan aan alle belangen. Toch een minder leuk dictatoriaal trekje. In ons democratische systeem hebben we slechts eens in de vier jaar invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Na de verkiezingen gaat het nog slechts om electoraal gewin, zodat bestuurders hun machtspositie kunnen behouden. Wat wij een democratische samenleving noemen heeft nog het meeste weg van een aardige dictatuur.

U zult nog een volgend alternatief in de strijd kunnen gooien: het liberalisme. Met haar voortdurende suggestie van volledige keuzevrijheid voor het individu lijkt het er op alsof zij mensen pas echt vrij laat te kiezen. De keuzes zijn echter onderling zodanig verbonden, dat slechts een relatief klein aantal personen er individueel wel bij varen. De onderlinge samenhang van keuzes maakt een zuiver liberalisme in de basis al onmogelijk. Er zijn weinig keuzes, die je werkelijk individueel, en zonder rekening te houden met enig ander belang, kunt maken. Dat mensen met hun eigen meningen via volledige keuzevrijheid ‘naast’ elkaar en ‘in’ de natuur kunnen leven is volgens mij dus een onhoudbare stelling. De verbinding tussen mensen en natuur is zo sterk en complex, dat je ze onmogelijk helemaal kunt ontkoppelen. De liberale belofte is dan ook een schijnvrijheid, die we als alternatief voor een democratie niet echt serieus kunnen nemen.

Daarmee kom ik graag terug op mijn favoriete ideologie die eigenlijk helemaal geen ideologie is, de Coöperatieve Anarchie, de basis van alle natuurlijke organisatie, die zelforganiserend tot stand komt en in beginsel al coöperatief is. Kijk maar eens naar hoe de natuur op een coöperatieve manier tot stand komt. Bomen zouden in principe tot in de hemel kunnen groeien en toch doen ze dat niet. Zelfs de evolutie heeft daar nog niet voor gezorgd. Altijd maar groeien is kennelijk helemaal niet zo natuurlijk. De natuur leeft samen vanuit een voortdurend uitbalanceren van individuele belangen zonder dat er daarbij één belang allesoverheersend is. Hieruit ontstaat als vanzelf een grote diversiteit aan oplossingen, samenwerkingen en evenwichten. Dat maakt de natuur ook zo krachtig, zo moeilijk te overheersen en zo lastig te beheersen. Natuur dat wel tracht te overheersen zaait dood en verderf.

Als je je zin wilt doordrijven dan is daar flink wat macht en geweld voor nodig en er is slechts één wezen op aarde die in staat lijkt om zoveel geweld tegen natuurlijke zelforganisatie te ontwikkelen, dat zij haar zin in grote mate kan doordrijven: de mens. Het is echter nog maar de vraag of het de mens werkelijk zou lukken alles te overheersen. De wijze waarop we nu omgaan met de natuur op aarde leidt waarschijnlijk tot een dusdanig sterke natuurlijke tegenkracht, dat zelfs de mens uiteindelijk het onderspit zal delven tegen de coöperatief anarchistische natuur. Het vervelende daarbij is, dat de natuur eerst zodanig uit balans wordt gebracht, dat het vele miljoenen jaren van natuurlijke zelforganisatie zal kosten om het evenwicht op aarde te herstellen. Dat lijkt mij geen leuk vooruitzicht.

Ideologieën ontstaan om natuurlijke zelforganisatie te beteugelen. Het zijn slechts ideeën om zaken naar eigen hand te zetten, voor eigen belang. Ook in democratieën en liberale omgevingen speelt het eigen gewin een voorname rol. Zij bieden slechts vriendelijke alternatieven om de menigte eronder te houden. Het zelforganiserende karakter van de coöperatieve anarchie moet daarvoor beteugeld worden, want dat leidt maar tot onvoorspelbare uitkomsten voor de heersende groep. Daarin zijn deze ideologieën aardig geslaagd. Het spontaan optreden van alternatieve coöperatieve samenlevingen moet in het licht van dictatoriale, democratische en liberale ideologieën steeds voorkomen worden. En dus wordt ieder optreden tegen deze ideologieën als ‘anarchistisch’ benoemd, waarbij de nadruk wordt gelegd op het opstandige karakter van de plegers, de anarchisten. Dat hebben deze overigens wel deels aan zichzelf te danken. Anarchistische denkers uit het verleden koppelden gewelddadige revolutionaire acties aan hun gedachten. Daarmee werden zij echter eerder onderdeel van het door hen verfoeide staatssysteem, dan dat ze een plezierig alternatief lieten zien. Vanuit het gewelddadige gedrag is de idee ontstaan dat anarchisten tegen orde en gezag zouden zijn en dat typische anarchisten voortdurend uit zijn op relschopperij en andere agressief gedrag tegen de (over)heersende orde.

Ideologieën sturen in belangrijke mate ons denken over en gedrag in de samenleving aan, en daarom een belangrijk fenomeen, waar we regelmatig op zouden moeten reflecteren, zodat we begrijpen welke stuurcodes er achter ons gedrag zitten.  U zou kunnen stellen dat coöperatieve anarchie ook een ideologie is. Afgezet tegen die andere ideologieën lijkt dat ook wel zo, maar het grote verschil zit hem in de basis. In het licht van de coöperatieve anarchie is er geen overheersing van enige ideologie. Het enige wat overheerst is er samen op een coöperatieve manier het beste van maken. Dat lijkt mij een heel prettig fundament voor iedere vorm van samenleven.