Mind of an Anarchist


10 Nieuwe beginselen voor de economie

Het wordt steeds een beetje beter. Ondanks voortdurend stijgende werkloosheidscijfers, steeds hogere energiekosten, de kennelijk bodemloze beerput van bankschandalen, naar beneden bijgestelde ‘credit ratings’ van alles wat in geld uit te drukken is en ondanks politici, wiens holle frasen en loze beloftes op beterschap allang niet meer worden geloofd, is er een kentering gaande in het denken over hoe Wij, de mensen, ons leven kunnen beteren. Misschien wel de krachtigste katalysator voor een fundamentele verandering is vernieuwing van de organiseerprincipes onder ons economische systeem, dat uit de 19e eeuw stamt. Een ‘upgrade’ anno de 21e eeuw is dringend noodzakelijk. Daarom introduceer ik hier graag een tiental van deze ‘nieuwe’ economische principes.

 

Principe 1: Het behoud van de natuur, haar grondstoffen en haar organiseerprincipes staan aan de basis van hoe wij, de mensen, onze samenleving organiseren.

Terug naar de menselijke maat in en met de lokale natuurlijke omgeving. Het met brute kracht forceren van ons bestaan op aarde heeft veel schade toegebracht aan ons ecosysteem. We hebben de natuur er echter nooit door kunnen bedwingen. Als de mens als soort wil overleven, dan zal ze zich aan de natuurlijke context moeten aanpassen.

 

Principe 2: Je doet de dingen zélf, tenzij er iemand is die het beter kan.

Dit principe leerde ik in het Noordoosten van IJsland, waar gemeenschappen niet veel groter zijn dan enkele honderden inwoners. Van de crisis hebben zij weinig gemerkt, want er waren nooit veel grondstoffen en middelen voorhanden om groot te denken of om specialisten in te huren. Het streven is om zelfvoorzienend te zijn. Dat geeft vrijheid, maar vraagt ook verantwoordelijkheid voor het onderhouden van je eigen vakmanschap en een houding van een leven lang leren en werken aan je eigen curriculum voor het leven.

 

Principe 3: Economische bedrijvigheid streeft naar het beste voor de wereld.

In plaats van de beste ván de wereld te willen worden, streven we er naar onze bedrijvigheid te laten bijdragen aan het beste vóór de wereld. Lokaal georganiseerde coöperatieve economieën leiden tot grotere sociale samenhang en grotere gelijkheid, zonder dat we allemaal eenheidsworst hoeven te worden. Er zijn voldoende mogelijkheden om je te onderscheiden.

 

Principe 4: Delen is het nieuwe hebben.

Was het verzamelen en hebben van kapitaal de grote drijfveer achter het huidige neoliberale kapitalistische economische systeem, in haar opvolger anno 21e eeuw zijn kennis en creativiteit de belangrijke drijfveren. En voor kennis en goede ideeën is delen de krachtigste vermenigvuldiger. Eigendom is een vorm van diefstal.

 

Principe 5: Op basis van overvloed in plaats van schaarste.

Er is genoeg voor iedereen als we afleren in termen van schaarste te denken. Schaarste leidt tot enorme economische ongelijkheid. Het gaat er ook niet om iedereen een luxe leven te bieden, maar over het creëren van een wereld van mogelijkheden, die voor iedereen op gelijkwaardige voorwaarden toegankelijk zijn. De hiervoor noodzakelijke technieken zijn al in belangrijke mate beschikbaar. Geef ze in handen van iedereen en overvloed wordt een belangrijke katalysator naar een robuuste en duurzame maatschappij.

 

Principe 6: Economie streeft naar het eerlijk verdelen van de welvaart.

Technologische vooruitgang maakt ons leven gemakkelijker en bespaart ons veel tijd. Het zorgt er echter ook voor, dat er in de toekomst steeds minder banen beschikbaar zijn voor steeds meer mensen. En aangezien onze individuele welvaart wordt betaald met het inkomen uit werk zullen we naar een systeem moeten, waarin de welvaart op een eerlijke manier wordt (her)verdeeld. Laten we de welvaartsongelijkheid zich verder ontwikkelen, zoals in ons huidige economische systeem gebeurt, dan is het gevolg een explosieve sociale toestand, die zal leiden tot burgeroorlogen en ander geweld. Ik kies dan liever voor sterke sociale samenhang.

 

Principe 7: Economie is circulair georganiseerd.

In de economie van de toekomst bestaat geen afval. ‘Cradle to Cradle’ is uitgangspunt voor het ontwerpen en produceren van producten. Ook geldstromen volgen circulaire patronen. Lokale economieën vormen de basis, waarbij lokaal bestede middelen bij voorkeur ook weer lokaal geïnvesteerd worden. U betaalt niet langer voor het verbruik, maar voor het (tijdelijk) gebruik van middelen.

 

Principe 8: Genoeg is genoeg

Kwantitatieve economische groei heeft zijn grenzen. Volwassen economieën streven vooral kwalitatieve ontwikkeling na. Hogere levenskwaliteit voor iedereen, gebaseerd op de ‘Piramide van Overvloed’ (Damandis & Kotler): beschikbaarheid van goed drinkwater, gezond voedsel, veilig onderdak, vrije communicatie, vrije toegang tot informatie, toegang tot goed onderwijs, beschikbaarheid van duurzame energie, sterke gezondheidszorg en individuele vrijheid die niet bijt met de samenlevingsvrijheid. Je neemt niet meer dan noodzakelijk, dan heeft een ander ook wat en wordt de natuur niet onnodig belast met onze verbruikszucht.

 

Principe 9: Wie het weet mag het zeggen.

Het tijdperk van management is voorbij. Door de hoge onderlinge verbondenheid in (virtuele en sociale) netwerken en 24/7 beschikbaarheid van benodigde informatie raken managers in toenemende mate overbodig. Hun kennisvoorsprong en bijbehorende machtspositie gaan in rap tempo verloren. In platte netwerken bepalen kennis, talent en vaardigheden in een specifieke context wie tijdelijk de leiding krijgt. Het gezamenlijk doel van een netwerk van gelijk geïnteresseerden is leidend voor wat moet gebeuren.

 

Principe 10: Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Samenwerken is het geheim van het succes van de toekomstige economie. Marktwerking heeft dit probleem niet op kunnen lossen. We kunnen er maar het beste afscheid van nemen. Concurrentie leidt vaker tot competitievervalsing dan tot open en eerlijke coöperatie. Zij die blijven kiezen voor snel en bovenmatig eigengewin zullen ontmaskerd worden en indien noodzakelijk uit de netwerken verstoten worden.

 

Beetje bij beetje ontdekken we organiseerprincipes, die het predicaat duurzaam en robuust lijken te mogen dragen. Het zijn de principes van toekomstige generaties. Bent u geboren voor 1985, dan zult u ze nog wel verwarrend vinden, omdat de algoritmes van ons oude denken in de weg zitten. Voor generaties geboren na 1985 zijn deze principes al vanzelfsprekender. Zij gedragen zich niet als boekhouders, maar durven ongehoorzaam te zijn. Ze laten zich leiden door hun idealen, dromen en wensen. Laten wij, oudere generaties, ons vooral door deze generatie laten leiden en ze helpen behoeden voor de fouten die wij in onze tijd gemaakt hebben. Wilt u meer betekenen? Stelt u zichzelf dan de volgende vraag: Doet u momenteel iets dat een betekenisvolle bijdrage levert aan genoemde 10 beginselen? Als het antwoord ‘Nee’ is, weet u wat u te doen staat.

Deze column is eerder geplaatst op http://www.organisatieactivist.nl

Advertenties


Wie voor kapitalisme kiest, kiest voor werkloosheid
19 april 2010, 00:18
Filed under: Economie | Tags: , , , , , ,

Dit weekend twitterde ik: “Een goed werkende kapitalistische economie is de oorzaak van werkloosheid”. De reacties bleven niet lang uit. Iemand wees mij er op, dat in het communisme ook veel verborgen werkloosheid zat. Dat zou goed kunnen natuurlijk, maar daar had ik het niet over. Een tweede reactie ging over een waardeoordeel, dat ik volgens de volger velde. Later gaf deze twitteraar echter toe, dat hij een leesfoutje gemaakt had. Waar ik ‘oorzaak’ schreef, las hij ‘schuld’. Tja, wat iemand wel of niet van mijn teksten maakt, dat kan ik niet helpen. Wat mij betreft is het slechts een constatering. Ik zie het volgens mij dagelijks om mij heen gebeuren; nieuwe werklozen als gevolg van een goed werkende kapitalistische economie. Ik zal hierna uitleggen wat ik  zie. En ik zal ook proberen er geen ander oordeel over te geven, dan dat het wat mij betreft een minder leuk en ook minder begrepen effect is van ons zo geroemde kapitalistische economisch systeem. Het lijkt mij goed, dat we ons van dit effect bewust zijn. Maar mocht ik het helemaal mis hebben dan hoor ik het natuurlijk graag.

Voor een goed begrip van mijn stelling is het van belang, dat u inziet, dat de economie niet iets locaals is, maar globaal beschouwd moet worden. De internationale verwevenheid van de economie is zodanig, dat locale economieën nog maar nauwelijks bestaan. Sinds we de wereld zijn gaan koloniseren is dit al gaande. Dat betekent dat uw economische belang ook mijn belang is, en dat van hen, en van ons enzovoorts. Behoorlijk belangrijk dus. Door de globalisering van het kapitalistische economische denken is veel werk verplaatst naar lagelonenlanden, waardoor hier mensen werkloos zijn geworden. De besluiten waren kapitalistisch economisch gezien wellicht verantwoord, maar creëerden hier wel een probleem.

Desondanks is er onze economie nog een flinke berg werk te verzetten. Daar zijn veel mensen voor nodig, maar toch krijgen wij het voor elkaar dat we de berg verzetten met minder mensen dan er mensen zijn die willen werken. Als we dat nou eens beter zouden verdelen, dan is dat voor iedereen leuker, toch? Alleen met een goede verdeling van de totale berg werk is volledige werkgelegenheid mogelijk. Als u het daar niet mee eens bent, dan betekent dat volgens mij automatisch, dat u het niet erg vindt dat er werkloosheid is.

De motivatie om de werkloosheid te bestrijden is op papier altijd erg groot. Programma’s van politieke partijen roepen altijd om het hardst, dat werkloosheid bestreden moet worden. Maar als het even tegen zit met de overheidsfinanciën, dan bezuinigen ze om het hardst. Zo hard dat er ambtenaren ontslagen moeten worden, waardoor het aantal werklozen stijgt. De mensen die bij arbeidsbureaus werken hebben daardoor over de hoeveelheid werk niet te klagen. Driftig vullen zij hun systemen en starten begeleidingstrajecten op om werkzoekenden aan het werk te helpen. Dat gaat natuurlijk niet echt lukken, want het aantal vacatures blijft op zijn best gelijk. Weinig zinvol werk volgens mij, en demotiverend, hetgeen echter mijn probleem is en niet noodzakelijkerwijs het uwe. U kunt er heel anders over denken, vooral als u bij zo’n instelling werkt. Bezuinigingen lijken dus volgens ons kapitalistische economische denken dus heel verstandig, maar ze vergroten wel het aantal werklozen.

Politici vinden lange wachtrijen werklozen geen mooi gezicht. Daarom hameren ze er op dat ze moeten verdwijnen. Daar gaan dan weer mensen mee aan het werk. Zo is de werklozenindustrie inmiddels best een grote industrie. Alle werklozen dienen te worden geregistreerd, gecontroleerd en vooral gemotiveerd om aan het werk te gaan. Dat gaat natuurlijk niet lukken, want het aantal vacatures blijft onveranderd. Soms móeten werklozen op zijn minst vrijwilligerswerk gaan doen! En allemaal verplicht solliciteren.  De sollicitatiebrieven moeten vervolgens ook allemaal weer verwerkt worden. Daar hebben anderen het dan weer druk mee. Leve de werkloosheid in onze kapitalistische economie, zou je kunnen zeggen, maar de druk op de wachtrijen heeft dus helemaal geen zin en is slechts frustrerend en demotiverend voor wie het moeten ondergaan of uitvoeren.

Als het aantal vacatures onveranderd blijft, dan creëert de kapitalistische economie (Melkert)baantjes. Inhoudelijk gaan ze nergens over, maar voor de werkverschaffing zijn ze prima. Werklozen worden gestimuleerd c.q. verplicht ze te accepteren. Het zijn vooral diensten, die nieuwe baantjes. In het communistische kapitalisme noemden kapitalisten dit dwangarbeid en zelf noemen kapitalisten het sociale werkgelegenheid. Het gevolg van deze dwang is, dat de wachtlijsten korter worden, maar dat onze kapitalistische economie toch niet groeit. Met de diensten wordt niets waardevols geproduceerd, maar wel hoge kosten gemaakt. En zo moet de overheid weer bezuinigen en jaagt het zelf het aantal werklozen weer omhoog. U kunt hierboven herlezen wat er dan weer gaat gebeuren.

Een echte kapitalist zou kunnen argumenteren, dat de werklozen ‘het gat in de markt’ maar moeten gaan zoeken. Dat valt echter niet mee. De meeste gaten blijken al te zijn gevonden en gevuld. In onze ijver produceren we daardoor steeds meer nutteloze dingen, waarvan omzet en winst steeds weer moeten groeien. Als de kosten van die dingen stijgen, hetgeen kennelijk onlosmakelijk verbonden is met het kapitalisitische economische denken, dan moet er bezuinigd worden, hetgeen er uiteindelijk toe leidt dat ergens iemand werkloos wordt. Herlees voor het vervolg het stuk hierboven.

Het zou enorm helpen als wij leren dat het voor een economie niet noodzakelijk is om alsmaar te groeien. Groei hier gaat ten koste van iets ergens anders en resulteert uiteindelijk ergens in werkloosheid. Weinig zinvolle of zelfs nutteloze baantjes creeren helpt niet. Werkloosheid hoort bij een kapitalistische economie en de uitdrukking dat ‘het slecht is voor een economie als er werkloosheid is’ moet dus eigenlijk zijn, ‘dat deze economie slecht is voor de mens’. We krijgen er weliswaar bergen spullen door, maar deze kapitalistische economie is niet goed voor mensen en hun onderlinge verhoudingen. Dat moet volgens mij een stuk leuker kunnen.



Waarom kapitalistische economieën moeten groeien

Op een zaterdagmiddag in april ontstond spontaan een interessante twitterconversatie. Kees twitterde binnen 140 karakters, dat het vermaarde bureau McKinsey zegt dat Nederland de ‘nationale schuld moet weggroeien’. Tegelijkertijd voorziet Joseph Stiglitz, één van de invloedrijkste economen in de wereld van nu, een langdurige stagnatie van de wereldeconomie. Hiermee werd het voor Kees alleen maar verwarrender. “Wat is dan de juiste uitweg uit de huidige crisis?”, vroeg hij zich af. Ik antwoordde met een wedervraag:  Van wie moet de economie eigenlijk steeds groeien? Volgens mij leidt voortdurende economische groei alleen maar tot economische zeepbellen. Daarop berichtte Pierre, dat Stiglitz dit ook al concludeerde. Kees voegde hieraan toe, dat het aan de Mc van McKinsey zou kunnen liggen. Bij een andere Mc, McDonalds, is groeidenken namelijk ook al het devies. Nu zijn het, volgens mij, vooral de klanten die bij McDonalds voortdurend groeien, maar als McDonalds groeit, dan groeit ook de intensieve veehouderij, de afvalberg, het aantal hart- en vaatoperaties, anti-biotica in dieren en dergelijke. En er zijn nog veel meer bijkomende groeipijnen, waardoor overigens voor sommigen de portemonnee ook groeit. Tijd dus om eens even stil te staan bij het begrip economische groei.

Op school leerde ik dat de economische geldberg vooral groeit door rente. Stel: u wilt nog voor het WK voetbal die mooiere televisie kopen. Hij is nu in de aanbieding en kost nu slechts €1.000. U heeft dat bedrag echter nog niet bij elkaar gespaard en dat voelt niet goed. Op uw oude televisie ziet u een reclame voor het ‘goedkoop’ lenen van geld tegen betaling van slechts 10% rente. Hoe dat goedkoop is kan ik overigens niet ontdekken, maar goed, uw geduld is op en de televisie moet er nu komen. U gaat naar één van de systeembanken die samen al het geld van de wereld bewaren. U blijkt niet de enige, die er zo over dacht en moet aansluiten in een lange rij leners. De banken lenen al hun geld uit tegen 10% rente. De leners krijgen een terugbetalingsregeling en betalen allemaal €100 euro meer, de rente. De banken krijgen dus meer terug dan dat er werkelijk geld is. Waar komt dat meerdere vandaan?

Ongeveer 10% van de wereldbevolking heeft zoveel geld over, dat ze flink kunnen sparen. Zij zetten hun geld op de bank en krijgen daar flink rente voor zonder er iets voor te hoeven doen en worden zo slapend rijker. Cijfers geven aan dat ongeveer 80% van de wereldbevolking voor de rentekosten op moet draaien en dat de resterende 10% ongeveer quitte speelt. Die rentekosten worden steeds doorberekend. Behalve in de televisie zit er dus ook rente in de kosten van brood, fietsen, de bloemen voor je moeder enzovoorts. Knappe rekenaars hebben uitgerekend dat je op deze manier jaarlijks veel meer rente betaalt dan je op je spaarrekening krijgt. Behalve dus die 10% rijksten. Rente is dan ook een bedenksel van mensen die het toch al goed hadden. Dit lees je echter in geen enkel economische theorieboekje. Daarin wordt steeds uitgelegd dat rente er nu eenmaal gewoon bij hoort.

Door al die rente neemt de inflatie toe. De waarde van je geld neemt dan af, omdat er op papier meer geld is dan in alle portemonnees op de wereld bij elkaar. Voor de hele rijken is een hogere inflatie nog niet zo’n probleem. Zij hebben genoeg spaargeld, dat meer rente ontvangt dan de inflatie kost. Mensen uit welvarende landen die last hebben van de inflatie willen echter hun koopkracht niet verliezen en vragen loonsverhoging, meer geld om hetzelfde te kopen. Dat geld moet dan wel bijgedrukt worden en voor we het weten zitten we in een inflatiespiraal en moet er steeds meer geld gedrukt worden. Ook eisen deze mensen wel lagere prijzen voor producten, die dan dus goedkoper geproduceerd moeten worden. Dat leidt tot heel andere druk, vooral op arbeid. Dat moet steeds goedkoper en de goedkoopste arbeid vind je in een land met lage lonen, een ‘derde wereld’ land. Echter, daar wonen de mensen zonder spaargeld en ook zij moeten door de inflatie meer betalen voor hun dagelijkse behoeften. Op loonsverhoging hoeven zij zeker niet te rekenen. Zo exporteren de beter bedeelden hun geldontwaarding, en ontstaat lastenverzwaring vooral voor de armen, die het toch al lastig hadden.

De armsten hebben dus ook meer geld nodig. Daarvoor hebben we een Wereldbank bedacht, die deze landen dat extra wel willen lenen. Tegen betaling van rente natuurlijk. En dus hoopt alle niet-betaalde rente zich op in de arme landen. Zij zullen nooit genoeg geld hebben om die rente te betalen, terwijl de prijzen overal blijven stijgen. Dan moeten de banken gezamenlijk hun niet-inbare rentevorderingen afschrijven, hetgeen weer leidt tot een hoop gejammer en geklaag van de allerrijksten, want het was uiteindelijk hun geld dat uitgeleend werd. Zij schreeuwen vervolgens het hardst om spijkerharde bezuinigingen. Momenteel horen wij dat geschreeuw momenteel dagelijks vanuit Den Haag. Eigenlijk is het een signaal dat economische groei onmogelijk wordt, want niemand betaalt de rente op hun geleende geld meer. En aflossen van de schuld wordt ook al steeds moeilijker (Griekenland, Portugal, Verenigde Staten, derdewereldlanden). De afwaardering van hun vorderingen moet dus op een andere manier worden afgewenteld. En zo wordt het collectief getroffen door het verlies, dat geleden wordt door slechts 10% van de wereldbevolking, en wordt de economie overwoekerd door rente.

In een Cooperatieve Anarchie is dat niet acceptabel. Een anarchistische economie bloeit zonder rente. Daar wordt al over nagedacht en als wij allemaal daar eens goed over na zouden denken, dan moeten wij toch tot intelligentere oplossingen kunnen komen. Dat begint bij het aan de kant zetten van het idee dat verrijking voor iedereen leuk is en bij een stevige vermindering van onze hebzucht.

NB: Islamitsiche banken werken al zonder rente. Misschien kunnen we van hen leren hoe dat werkt.