Mind of an Anarchist


Wanorde en chaos als de ordetroepen verschijnen

Al bijna twee weken bezetten ze het Puerta del Sol-plein in Madrid. Spaanse jongeren die protesteren tegen de jeugdwerkloosheid (inmiddels 43%) in hun land, tegen overheersing door het neo-kapitalisme, dat ze verwijten een kansloze situatie te hebben veroorzaakt voor jonge mensen. Het is een geordend protest. Er worden geen stenen gegooid, barricades opgeworpen of auto’s gemolesteerd. In plaats daarvan houden ze met ekaar dialogen over de echt belangrijke onderwerpen van deze tijd. Hun tentenkamp breidt zich iedere dag uit. De demonstranten hebben uitgiftepunten ingericht voor eten en drinken, er is een kindercrėche en een afdeling gevonden voorwerpen. De bedoeling is de revolutie ‘respectvol te laten verlopen’.

In Barcelona hadden sympathisanten van de demonstranten in Madrid een soortgelijk kamp opgeslagen op het Plaza de Catalunya. Ook hier protesten tegen de hoge werkloosheid onder jongeren en de door regering vastgestelde bezuinigsmaatregelen. Er was niets geweldadigs of onbehoorlijks aan het protest te merken. Echter, op vrijdag 27 mei, de dag voorafgaand aan de Champions League Finale voetbal tussen Manchester United en Barcelona, ging het mis. Het Plaza de Catalunya stond gepland als plein voor feestelijkheden voor het geval Barcelona de cup met de grote oren zou winnen. De burgermeester verzon een reden om de oproerpolitie op de demonstanten af te kunnen sturen. ‘Veiligheid’en ‘hygiëne’ werden de drogredenen voor het gebruik van buitenproportioneel geweld. Met harde hand werd het plein schoongeveegd. De televisiebeelden tonen harde klappen uitgedeeld door de oproerpolitie en er wordt zelfs op de demonstranten geschoten met rubberen kogels. Meer dan honderd gewonden vielen er in het geweld.

Het zal wel aan mijn verkeerde begrip van de term ‘oproerpolitie’ of ‘ordetroepen’ liggen, maar het lijkt mij, dat veel demonstraties best heel ordelijk verlopen, totdat  de ordetropen verschijnen. Na slechts enkele simpele waarschuwingen besluiten zij tot het aanwenden van grof geweld, waarbij de maat ook nogal eens zoek raakt. Er is geen sprake van het zoeken van de dialoog met de demonstraten, geen sprake van enige wil om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Het enige wat wordt uitgesproken is iets in de trant van: “Verwijdert U of geweld zal worden gebruikt!”. Daar waar de demonstratie behoorlijk ordelijk verliep, ontstaat ineens chaos en wanorde. In Barcelona, omdat een voetbalfinale kennelijk belangrijker wordt geacht dan 43% jeugdwerkloosheid en een uitzichtloze toekomst voor jongeren. Het is maar dat u zich realiseert wat er gebeurt. En in het vervolg op de veldslag worden in de media door heersers, overheid en andere machthebbers vooral de demonstranten afgeschilderd als de ordeverstoorders. Dat is de wereld op zijn kop.

Reality check: Het zijn de machthebbers, die vooral hun eigen orde en positie willen handhaven. Daartoe gebruiken zij de hun ter beschikking stande machts- en geweldmiddelen, zoals oproerpolitie met wapenstokken en rubber kogels. Hun, vooral economisch, eigenbelang gaat kennelijk boven belangen van bijvoorbeeld werkloze jongeren. Het is dus maar wat je onder orde verstaat. Colin Ward zegt het met deze woorden: “Er is een orde opgelegd door geweld en terreur, er is een orde afgedwongen door bureaucratie m.b.v. politie en er is een orde, die spontaan ontstaat, omdat wij sociale dieren zijn, in staat om ons eigen lot te bepalen”.  Als de eerste twee vormen van orde afwezig zijn, heeft de spontane en vooral veel menselijkere vorm van orde kans zich te ontwikkelen. Pas dan zullen we ons vrij kunnen voelen, een orde waarvan Pierre-Joseph Proudhon stelt: “Vrijheid is de moeder, en niet de dochter, van alle orde.”



Last van ideologieën

In de NRC Next van 7 april 2010 las ik een artikel van Rob Wijnberg. Hij constateert dat in het huidige politieke bestel het steeds lastiger wordt om brede coalities te vormen, omdat partijen steeds principiëler ideologische standpunten innemen. Hij argumenteert, dat dit vanuit een agonistisch perspectief  gezien niet op een ‘crisis’ van het huidige democratische model duidt, maar eerder op de vitaliteit ervan. Volgens agonistische opvatting is de ideologische strijd namelijk essentieel voor een democratie. Ik heb daar zo mijn bedenkingen tegen. Het oud-Griekse woord agon betekent ‘strijd’ of  ‘tegenstand’ en agonisten gaat het juist om het opwerpen van ‘breekpunten’ en de strijd aangaan met de ‘tegenpartij’, de antagonisten. Ik weet niet hoe dit bij u overkomt, maar deze woorden roepen bij mij geen prettige en leuke samenwerking op. Toch maakt Wijnberg wel een belangrijk punt. Ideologieën zitten ons wel degelijk in de weg.

De overheersende democratie

Laten we beginnen bij het tegenovergestelde van anarchie, de dictatuur. Als er één situatie is waarin het samenleven wordt bepaald door de overheersing, dan is het wel in een dictatuur. En de geschiedenis leert ons, dat in dictaturen het plezier meestal ver te zoeken is. U kunt aanvoeren, dat een democratische manier van samenleven een prima werkend alternatief is. Dat lijkt mij een open deur. Vrijwel alle andere ideologieën zijn prettiger dan de dictatuur. Onze democratieën hebben echter nog steeds dictatoriale trekjes.  Een democratie is een situatie waarin het volk heerst. Er wordt geheerst, en wel door de stem van de meerderheid. Daarmee wordt geen recht gedaan aan alle belangen. Toch een minder leuk dictatoriaal trekje. In ons democratische systeem hebben we slechts eens in de vier jaar invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Na de verkiezingen gaat het nog slechts om electoraal gewin, zodat bestuurders hun machtspositie kunnen behouden. Wat wij een democratische samenleving noemen heeft nog het meeste weg van een aardige dictatuur.

U zult nog een volgend alternatief in de strijd kunnen gooien: het liberalisme. Met haar voortdurende suggestie van volledige keuzevrijheid voor het individu lijkt het er op alsof zij mensen pas echt vrij laat te kiezen. De keuzes zijn echter onderling zodanig verbonden, dat slechts een relatief klein aantal personen er individueel wel bij varen. De onderlinge samenhang van keuzes maakt een zuiver liberalisme in de basis al onmogelijk. Er zijn weinig keuzes, die je werkelijk individueel, en zonder rekening te houden met enig ander belang, kunt maken. Dat mensen met hun eigen meningen via volledige keuzevrijheid ‘naast’ elkaar en ‘in’ de natuur kunnen leven is volgens mij dus een onhoudbare stelling. De verbinding tussen mensen en natuur is zo sterk en complex, dat je ze onmogelijk helemaal kunt ontkoppelen. De liberale belofte is dan ook een schijnvrijheid, die we als alternatief voor een democratie niet echt serieus kunnen nemen.

Daarmee kom ik graag terug op mijn favoriete ideologie die eigenlijk helemaal geen ideologie is, de Coöperatieve Anarchie, de basis van alle natuurlijke organisatie, die zelforganiserend tot stand komt en in beginsel al coöperatief is. Kijk maar eens naar hoe de natuur op een coöperatieve manier tot stand komt. Bomen zouden in principe tot in de hemel kunnen groeien en toch doen ze dat niet. Zelfs de evolutie heeft daar nog niet voor gezorgd. Altijd maar groeien is kennelijk helemaal niet zo natuurlijk. De natuur leeft samen vanuit een voortdurend uitbalanceren van individuele belangen zonder dat er daarbij één belang allesoverheersend is. Hieruit ontstaat als vanzelf een grote diversiteit aan oplossingen, samenwerkingen en evenwichten. Dat maakt de natuur ook zo krachtig, zo moeilijk te overheersen en zo lastig te beheersen. Natuur dat wel tracht te overheersen zaait dood en verderf.

Als je je zin wilt doordrijven dan is daar flink wat macht en geweld voor nodig en er is slechts één wezen op aarde die in staat lijkt om zoveel geweld tegen natuurlijke zelforganisatie te ontwikkelen, dat zij haar zin in grote mate kan doordrijven: de mens. Het is echter nog maar de vraag of het de mens werkelijk zou lukken alles te overheersen. De wijze waarop we nu omgaan met de natuur op aarde leidt waarschijnlijk tot een dusdanig sterke natuurlijke tegenkracht, dat zelfs de mens uiteindelijk het onderspit zal delven tegen de coöperatief anarchistische natuur. Het vervelende daarbij is, dat de natuur eerst zodanig uit balans wordt gebracht, dat het vele miljoenen jaren van natuurlijke zelforganisatie zal kosten om het evenwicht op aarde te herstellen. Dat lijkt mij geen leuk vooruitzicht.

Ideologieën ontstaan om natuurlijke zelforganisatie te beteugelen. Het zijn slechts ideeën om zaken naar eigen hand te zetten, voor eigen belang. Ook in democratieën en liberale omgevingen speelt het eigen gewin een voorname rol. Zij bieden slechts vriendelijke alternatieven om de menigte eronder te houden. Het zelforganiserende karakter van de coöperatieve anarchie moet daarvoor beteugeld worden, want dat leidt maar tot onvoorspelbare uitkomsten voor de heersende groep. Daarin zijn deze ideologieën aardig geslaagd. Het spontaan optreden van alternatieve coöperatieve samenlevingen moet in het licht van dictatoriale, democratische en liberale ideologieën steeds voorkomen worden. En dus wordt ieder optreden tegen deze ideologieën als ‘anarchistisch’ benoemd, waarbij de nadruk wordt gelegd op het opstandige karakter van de plegers, de anarchisten. Dat hebben deze overigens wel deels aan zichzelf te danken. Anarchistische denkers uit het verleden koppelden gewelddadige revolutionaire acties aan hun gedachten. Daarmee werden zij echter eerder onderdeel van het door hen verfoeide staatssysteem, dan dat ze een plezierig alternatief lieten zien. Vanuit het gewelddadige gedrag is de idee ontstaan dat anarchisten tegen orde en gezag zouden zijn en dat typische anarchisten voortdurend uit zijn op relschopperij en andere agressief gedrag tegen de (over)heersende orde.

Ideologieën sturen in belangrijke mate ons denken over en gedrag in de samenleving aan, en daarom een belangrijk fenomeen, waar we regelmatig op zouden moeten reflecteren, zodat we begrijpen welke stuurcodes er achter ons gedrag zitten.  U zou kunnen stellen dat coöperatieve anarchie ook een ideologie is. Afgezet tegen die andere ideologieën lijkt dat ook wel zo, maar het grote verschil zit hem in de basis. In het licht van de coöperatieve anarchie is er geen overheersing van enige ideologie. Het enige wat overheerst is er samen op een coöperatieve manier het beste van maken. Dat lijkt mij een heel prettig fundament voor iedere vorm van samenleven.