Mind of an Anarchist


Wat ik zeker weet

Onderheid

 

Er is een groeiend verlangen ons eigen leven te leiden, onze eigen weg in het leven te vinden. En er is een groeiend zelfvertrouwen om moedig te zijn en trouw te blijven aan die levensweg. Mensen willen kunnen staan achter hun beslissingen. We denken steeds meer zelf na over dingen en accepteren consequenties van onze besluiten. Het geeft een gevoel van vrijheid waar we al zo lang naar op zoek zijn. We willen niet meer geregeerd of geleid worden door mensen die keer op keer ons vertrouwen in hen hebben geschaad. Genoeg daarvan. Het is tijd, Onze Tijd.

Regeren is kennelijk voorschrijven aan mensen hoe het leven geleefd dient te worden. Het gaat gepaard met veel beleidmakerij, papieren werkelijkheden, die ver van de mensen af staan. Die tijd is voorbij. Het vertrouwen in de politiek en overheid was nog nooit zo laag in Nederland. Zelden zijn ze er in geslaagd een belofte na te komen. Het bijgeloof in wet en religie is tanende. Het is ons, de mensen, pijnlijk duidelijk geworden, dat ze vooral worden gehanteerd voor eigenbelang. Het machtsdenken heeft zijn tijd gehad. Het is tijd te erkennen, dat mensen een hoog zelforganiserend vermogen hebben, maar steeds worden tegengehouden om het toe te passen. Onder de vlag van een politieke partij of een ander ideologisch orgaan hebben we geen vrijheid gevonden. Het instituut overheid heeft onze levens verslonden. We hebben daar wel genoeg van. In toenemende mate nemen mensen zelf actie om hun leven op zinvolle wijze vorm te geven. ‘Burgerinitiatieven’ worden ze genoemd. Veel bestuurders hebben nog niet in de gaten, dat het om directe actie gaat van mensen zonder inmenging van de overheid. Krampachtig probeert de overheid vat te houden op deze acties door zich er tegenaan te bemoeien. Het heeft nauwelijks succes. Steeds meer politici en ambtenaren raken in conflict met zichzelf. Zij willen het goede doen voor de mensen, maar hun organisatie houdt ze tegen dat te doen. De rollen zijn omgedraaid. Directe acties van mensen sturen de overheid aan in plaats van dat de overheid nog langer voorschrijft wat dient te gebeuren.

Is dat erg? Ik denk het niet. In het kennistijdperk hebben mensen toegang tot vele bronnen voor het oplossen van hun problemen. Veel van die problemen werden ooit ‘politieke problemen’ of ‘overheidsproblemen’ genoemd en dienden dus door de politiek en overheid te worden opgelost. Het besef groeit, dat het ‘onze problemen’ zijn en dat wij, de mensen, ze dus ook zelf op moeten lossen. Een beweging die ik van harte toejuich. Als wij onze gemeenschap willen versterken, dan moeten we de rol van de overheid verzwakken. Het gaat niet om burgerparticipatie, maar om overheidsparticipatie, waarbij geldt: ‘Hoe kan de overheid nog een zinvolle bijdrage leveren aan de gemeenschap?’ Alle activiteiten van de overheid zullen tegen het licht worden gehouden. Dragen ze bij aan betere gemeenschap of niet? Zo niet, dan nemen wij, de mensen, er afscheid van. Piramides van macht worden vervangen door netwerken van mensen met eenheid van opvatting over hoe ze samen willen leven. Zij nemen regie voor de oplossing van hun problemen, waarbij van de overheid wordt verwacht dat zij hieraan op coöperatieve wijze bijdragen door de initiatieven mogelijk te maken. Heilige huisjes zullen hierbij moeten worden afgebroken. Deze verandering zal niet altijd even gemakkelijk gaan natuurlijk. Heel wat debatten en bureaucratische grindbakken zullen er worden opgericht door politici en ambtenaren, die nog in het oude machtsdenken vastzitten. Een voor een zullen ze worden geslecht. Onderschat nooit de kracht van de zwerm, vooral als die uit mensen bestaat.

Directe actie voelt als vrij leven met alle daarbij komende verantwoordelijkheden, maar in het volle bewustzijn van leven in een vrije gemeenschap. Het is geen technisch probleem, maar een activiteit van menselijk organiseren. De mensen geven wel aan wat handig is om voor iedereen op dezelfde wijze te organiseren. Die taak is dan aan een ‘onderheid’, de tegenhanger van overheid. Dat is wat ik zeker weet.

Advertenties


De Stem van Holland

De loze kreten van verkiezingsbeloftes vliegen ons weer om de oren. Verkiezingsdebatten vullen de gaatjes op televisie en radio tussen de talentenshows en de baby van Barbie. Het gaat vooral over het herstel of het behoud van ons, in het industriële tijdperk vergaarde, kapitaal. Alsof dat nog belangrijk is in de 21e eeuw, het tijdperk van verbinding. Steeds meer mensen keren zich af van de politiek en haar markttucht. Steeds meer mensen nemen zelf weer regie. Inmiddels zijn er al bijna 200 door mensen gestarte initiatieven voor het oprichten van coöperaties voor het duurzaam, in eigen beheer, opwekken van energie en in Heeze bestaat een coöperatie voor het aanleggen van glasvezel in het dorp. We winnen! We zijn de opgelegde marktwerking zat. De wereld wordt er niet beter van. Marktwerking veroorzaakt vals spel, ook wel competitie of concurrentie genoemd, en maakt het leven vooral duur.  Slechts een klein groepje (markt)leiders wordt er beter, of liever, rijker van. Of ze daarmee betere mensen worden is maar de vraag. Het veronderstelde marktevenwicht wordt nooit bereikt, omdat die gewoon niet bestaat. Het evenwicht tussen vraag en aanbod werd er bij gesleept om een economisch model te laten werken. Het bestaat niet echt! Keynes begreep dat heel goed, blijkens zijn uit 1930 daterende ‘Economic Possibilities for our Grandchildren’.  Hij vroeg zich af of de mens van zijn door arbeid en industrialisatie verworven vrijheid kan genieten of dat hij zich tot slaaf voor het leven laat maken van het economisch systeem. We kennen de uitkomst: 50% van de grootste economieën ter wereld zijn multinationals. We werken ons te pletter voor vrijheid en worden daarvoor na 12 september  beloond met €1.000! Hoe gemakkelijk hebben wij ons in laten palmen door de marktwerking, dat we dit een goede deal vinden?

De bankencrisis spreekt ons aan op onze moraal. Mensen beseffen steeds beter, dat een ‘goed leven’ meer waard is dan kapitaal op een bankrekening of belegd in effecten. De gewone dingen van het leven, goed nabuurschap, familie, zindelijk samenwerken, voor elkaar zorgen, zijn meer waard dan de inhoud van onze portemonnee. En van een democratisch leven komt ook al niets terecht, zolang een groot deel van dat leven, het bedrijfs-leven bijoorbeeld, helemaal niet democratisch ingericht is, maar juist allerlei trekken van een dictatuur heeft. Niet voor niets spreken we vaak van ‘marktdictatuur’, in plaats van marktwerking.

Wij, de mensen, beginnen de markt steeds beter te snappen. Internet gaf ons een kijkje in hoe ons leven door de marktleiders bedisseld wordt. We voelen ons bedrogen. Arabische lentes, de Instignados in Spanje, de Occupy-beweging,  zijn uitingen van de wereldwijde woede en verontwaardiging die leeft onder Ons, de mensen. Ook vooraanstaande wetenschappers hebben steeds beter in de gaten, dat het huidige neoliberale kapitalisme en haar vrije marktwerking helemaal niet zo vrij is en als utopisch kan worden beschouwd. Joseph Stiglitz (econoom) schrijft over ‘de prijs van ongelijkheid’, vader en zoon Skidelsky (econoom en filosoof) over ‘hoeveel is genoeg’, Herman Wijffels (econnom) over ‘duurzame circulaire economie’, Richard Sennet (socioloog) over ‘samen’ en Jim Stanford (econoom) schreef een realitycheck op het neoliberale kapitalisme. Allen kiezen ze voor iedereen, de gemeenschap en de wereld. Het is tijd om definitief afscheid te nemen van het feodale tijdperk. en te kiezen voor ‘een goed leven’. De meeste mensen in de grote economieën hebben alles wat ze nodig hebben om een ‘goed leven’ te kunnen leiden. Zij kunnen zelfs alle mensen op de wereld voorzien van dezelfde benodigdheden. Spullen in overvloed. Meer van het zelfde helpt ons daar niet bij, zeker niet als het alleen maar betekent dat we er nog langer en harder voor moeten werken. De datum van vrijlating uit de markttucht schuift al richting 68 jaar. Je mag van geluk spreken als je dan kapitaalkrachtigen gezond bent en van je ‘vrijheid’ kan genieten. Eenmaal gepensioneerd, onrendabel en afgeschreven in termen van marktwerking, weten we echter niet wat we met onze vrijheid moeten doen. Tijdens het golfen, tennissen en kaarten bespreken we liever de laatste aflevering van TVOH of Sterren Springen op Zaterdag in plaats van hoe we de volgende generaties helpen met hun grote vragen in het leven.

Ik hoop dat Wij, de mensen, op 12 september onze stem laten horen, De Stem Van Holland, en dat we kiezen voor een goed leven voor elkaar, iedereen, de gemeenschap, de wereld. Van politieke ideologieën moeten we het niet hebben, van de markt en haar economie ook niet. Wij, DSVH, kiezen voor Coöperatieve Anarchie, een samenleving zonder overheersing van één individueel belang!

Dit niet-stemadvies is natuurlijk maar een advies. Doe er mee wat u goeddunkt.

Deze column werd eerder geplaatst op http://corporatecompassion.nl/



Ik ben lekker stout
6 augustus 2012, 13:46
Filed under: Geen categorie | Tags: , , , , , , ,

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!

Ik wil geen steun meer geven!

Ik wil niet zeggen tegen die bankmeneer:

natuurlijk krijgt u nog een beetje meer …

nee, nooit meer van mijn leven!

U kunt voor mijn part op mijn rug

Ik haal lekker mijn centjes terug!

 

Ik wil geen verkiezingsleuzen, ook al zijn ze nog zo boud,

of credit ratings oppoetsen!

Ik wil lang studeren, ook al ben ik oud

Ik wil niet volgzaam zijn, maar stout

en met 130 over de A2 roetsjen

en films downloaden op mijn PC

piraten pakken we wel op zee!

 

En niet meer hoeven bukken in de klas

maar mijn nek uitsteken

en spugen op mijn schoolpas

en ik wil op mijn sterfbed pas

misschien weer over resultaten spreken!

en ik wil alles wat niet mag,

de hele dag, de hele dag!

 

Op de tribune van de 2e Kamer zit ik niet gedwee

maar strijdbaar voor het goede

en tegen zinloze voorstellen roep ik aldoor: nee!

Aan dat staatsboekhouden doe ik niet meer mee

En ik wil niets meer moeten

En dat is alles wat ik wil

en als ze kwaad zijn , zeg ik: Kus mijn bil!

 

(vrij naar Annie M.G. Schmidt, Ik ben lekker stout)

Deze column werd eerder geplaatst op http://www.organisatieactivist.nl



Stemmen is helemaal niet zo democratisch

‘Maak gebruik van uw democratisch recht en ga stemmen’, luidde de oproep van politici voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Het riep bij mij vraagtekens op. Hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik me afvroeg hoe stemmen democratisch te noemen is. Door te stemmen kiezen we er immers voor overheerst te worden door een kleine groep mensen, politici genaamd en ik kan daar weinig democratisch aan ontdekken.

Degene die zitten te springen om onze stem zijn vooral de politici en hun partijen. De groep stemgerechtigden, niet alle inwoners van ons land (!), kunnen alleen stemmen op mensen die zich verkiesbaar hebben gesteld en dus ook een politieke carriere ambieren. De politici en hun partijen, die veel stemmen krijgen mogen gedurende een regeerperiode het volk regeren, ofwel heersen. De stemmers hopen er maar het beste van.

Een ander veelgehoord argument uit de mond van een politicus: “Het land moet geregeerd worden!” Van wie eigenlijk, vroeg ik me af. En alweer kwam ik niet verder dan diezelfde politici. Zij willen namelijk regeren. Op één of andere manier weten politici kennelijk altijd hoe de samenleving geregeld moet worden in ons land. Zij zijn van mening dat WIJ, de mensen, niet zo goed voor ons zelf kunnen zorgen en nemen dus de vrijheid dat voor ons te doen. Niks samen-leving, gewoon onderdanig zijn, noem ik dat. Stemmers geven aan, dat ze het zelf niet kunnen of willen organiseren. De praktijk van Belgie laat zien, dat het zonder regering echter ook prima kan. Het zijn vooral de politici in Brussel die donderjagen met elkaar, verder lijkt het er vrij geordend en beschaafd aan toe te gaan. Ik ben jaloers op België.

Het blijft ook lastig als steeds de helft plus 1 zijn zin krijgt en de anderen dus niet. Volgens mij zijn er dan nog steeds heel veel mensen niet blij. Hun motivatie om iets voor de ‘regeerders’ te doen is automatisch niet erg hoog. Het liefst zijn ze dan ook bezig met het onderuit halen van de regering om vervolgens zelf te kunnen overheersen. Een cyclus van ongeveer 4 jaar is het patroon. Het zou veel leuker zijn als we gewoon in zouden zetten op iedereen. En als we het dan toch graag steeds over co-sensus willen hebben, waarom doen we het dan niet? Als iedereen het eens is met een voorstel, dan is de kans groot dat het voorstel goed wordt uitgevoerd. Een besluit nemen zal wellicht iets langer in beslag nemen, maar kwalitatief zal het een veel beter besluit zijn en het verbetert de sociale samenhang ook nog eens aanzienlijk. Vooraf lijkt het traag, maar als we zien, dat er nu iedere nieuwe regeerperiode wijzigingen doorheen worden gedrukt door een nieuwe regering, dan valt dat eigenlijk best mee. En het leuke is, dat we niet over elk detail met iedereen in gesprek willen of hoeven, waardoor veel zaken door de mensen zelf georganiseerd kunnen worden. Dat bespaart bergen tijd en geld lijkt mij en het maakt ons vooral gelukkiger, omdat WIJ, de mensen, de regie over ons leven veel meer in iegen handen hebben.

Bij de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten was de opkomst 55,9 %. Dat betekent dat 44,1% van de stemgerechtigden (nog steeds niet alle inwoners van Nederland) niet heeft gestemd. Zij hebben dus geen mandaat gegeven aan anderen om over hen te regeren.  Veel mensen stemden ook op kleine partijtjes die de kiesdrempel niet haalden. Die stemmen gaven dus ook geen regeermandaat. En dan is er een flinke groep mensen, die slechts om één standpunt op iemand hebben gestemd. Zij gaven dus slechts een heel beperkt mandaat af, maar daar heeft niemand het nu meer over. En dan is er nog de, altijd weer belangrijke, ‘zwevende kiezer’, die het even niet weet. Hij/zij stemde wellicht op die leuke man of vrouw, die een grappige uitspraak of zo’n lief gezichtje heeft, of voor waar de buren of collega’s ook voor zeiden te stemmen. Een echt regeermandaat kun je dat nauwelijks bedoelen. En zo kan het gebeuren dat WIJ, de mensen, ons laten regeren door slechts een heel kleine vertegenwoordiging. Hoe democratisch kan dat zijn?

Het lijkt mij, dat dit beperkte democratische systeem het einde van haar levenscyclus heeft bereikt. Hoog tijd voor Iedereen! Politici hebben we echt niet nodig om onze samen-leving te co-creëren. Er is wellicht wel behoefte aan  goede vakbekwaame ambtenaren. Die kunnen die dingen voor ons regelen, waarvan WIJ, de mensen, vinden dat ze door hun voor iedereen (!) geregeld moeten worden. En de rest doen we zelf wel.

 



De Wijsheid van Iedereen

De verkiezingen van 9 juni 2010 zijn weer achter de rug en meer dan ooit heb ik vragen bij de staat der Nederlanden. Nog afgezien van de uitslag, is het meer dan ooit duidelijk dat het huidige parlementaire systeem eerder leidt tot grotere verwarring en verharding van de politieke competitie, dan dat het bijdraagt aan een wijze besluitvorming. Maar goed, ik mag ook een beetje tevreden zijn. Het opkomstpercentage van slechts 73% zou wel eens kunnen betekenen, dat 27% van de stemgerechtigden heeft gekozen voor Cooperatieve Anarchie, en dat geeft mij dan weer hoop.

Van een doorslaggevend politiek mandaat is met de verkiezingsuitslag van 9 juni 2010 geen sprake. Op basis van het opkomstpercentage zou volgens mij 27% van de kamerzetels onbezet moeten blijven. Omgerekend zijn dat 41 zetels! Dan zijn er mensen die hebben gestemd op partijen die de kiesdeler niet eens haalden, zoals de Piratenpartij en Lijst Één. Dat zou zomaar nog eens 2% kunnen schelen, oftewel 3 zetels. Dan is er een groep kiezers, die bewust op een partij met een bepaald standpunt hebben gestemd, maar die partij gooit één dag na de verkiezingen dat standpunt overboord. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de PVV, die de dag na de verkiezingen haar standpunt t.a.v. de AOW-leeftijd aanpaste, waardoor verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd ineens ook bij hun bespreekbaar is. Niet al hun kiezers steunen dit besluit en stemmen dus ook niet langer volledig in met het gegeven mandaat aan de PVV. En we kunnen verwachten, dat er meer partijen tijdens de formatieperiode aan hun standpunten gaan rommelen om maar vooral mee te mogen regeren. Al met al brokkelt het gegeven mandaat aan de betrokken partijen af. Laten we aannemen, dat 10% van de stemmers anders zouden hebben gestemd als ze dit gedraaikont vooraf zouden hebben geweten.  Volgens mij is dit niet zo beroerd ingeschat, want met een regering die uit vele partijen zal moeten bestaan om de helft + 1 te kunnen halen, is de kans groot dat er heel wat ‘harde’ standpunten ineens boterzacht blijken te zijn. Hiermee vallen er weer 15 zetels af van het kiezersmandaat voor de regering. En dan is er natuurlijk nog de behoorlijke grote groep zwevende kiezers, die tot op de dag van de verkiezingen niet weten op welke partij ze willen stemmen , maar wel vinden dat het hun burgerplicht is om te gaan stemmen en vervolgens volledig irrationeel een keuze maken. Eigenlijk hadden ze op meerdere partijen willen stemmen, omdat ervoor hun meerdere partijen zijn, die hun standpunten vertegenwoordigen. Deze groep zou zomaar 30% van de kiezers kunnen omvatten en daarmee 45 zetels vertegenwoordigen. Als we dan nog eens tellen dan hebben we het over slechts 46 regeringszetels die ons de komende jaren de wet voor gaan schrijven. Ik hoop daarmee te hebben duidelijk gemaakt dat ons systeem van politieke besluitvorming niet meer werkt. Het heeft nauwelijks meer iets met democratie te maken, want veruit de meerderheid van de bevolking heeft geen invloed meer op de besluitvorming of geeft geen mandaat aan de regering. Het systeem van Thorbecke heeft zijn tijd gehad. Er is dringend behoefte aan een fundamenteel ander besluitvormingsproces met een aanpak, waarbij veel mensen steeds betrokken zijn bij en verantwoordelijk worden voor het nemen van belangrijke besluiten.

Het probleem van het systeem is dat we individueel ergens voor kiezen en dat er geen gezamenlijkheid wordt gezocht. En individueel kiezen we het liefst voor ‘meer, meer, meer’ dan voor wat nodig is voor het geheel. We zijn ons er zelfs niet eens meer bewust van. We stemmen op onze eigen individuele behoeften: minder belastingen, geen aanpassing van de AOW-leeftijd, allemaal een koophuis i.p.v. bijvoorbeeld het accepteren van belastingen (liefst naar draagkracht) voor het gezamelijk financieren van onze gezamenlijke wensen en het bouwen van sociale huurwoningen voor mensen die moeilijk aan een hypotheekfinanciering kunnen komen. Helaas, de staat der Nederlanden is er één van ‘wij hebben gewonnen, dus wij bepalen wat er gebeurt’. Ik vind dat een kwalijke moraal.

De winnaars van de verkiezingen van 9 juni 2010 zijn partijen die het nogal hoog op hebben met wetgeving en handhaving.  Ze gaan uit van de idee met wetgeving en strakke handhaving het volk weer in het gareel te krijgen en de vrijheid daarmee te bevorderen. Het gevolg is echter het tegenovergestelde. Een woud aan regelgevingen maakt ons dom, angstig en corrupt. Liever zou ik zien, dat we begrijpen dat moraliteit zich niet in wetgeving laat vangen. Het groeiende woud aan wetgeving maakt ons wantrouwend naar elkaar. Er zijn al landen op de wereld waar dit principe in hoge mate wordt toegepast, waarbij mensen voortdurend voor elkaar op de hoede moeten zijn om geen rechtszaak tegen zich aangespannen te krijgen. In deze systemen, ook wel ‘rechtstaten’ genoemd, wordt het gevoelloos volgen van de spelregels beloond met allerlei prikkels, zoals belastingverlaging en bonussen. Het gevolg is dat wenselijk gedrag niet gestimuleerd wordt, maar door iemand gewenst gedrag. Voelt u de nuance? Als je leuk meespeelt, dan is er niets aan de hand en kun je je er altijd op beroepen, dat je volgens de regels van het spel hebt gespeeld. Dat is jammer, want die spelregels krijgen in de loop van de Tijd nieuwe betekenissen en zouden dus meer in de geest moeten worden geïnterpreteerd dan letterlijk worden toegepast.

Een maatschappij gebaseerd op wantrouwen is geen goede basis voor vrijheid en zo’n samenleving lijkt mij dan ook helemaal niet leuk. Liever kies ik voor vertrouwen als basis en een houding om steeds het geheel te beschouwen in de besluitvorming, zeker als je voor andere mensen besluiten neemt. Zo’n besluitvormingsproces vraagt om dialoog, respect en een goed oordelingsvermogen van de deelnemers over gemeenschappelijke zaken. Dit betekent, dat debatten verleden tijd zijn. Debatten moeten namelijk door iemand gewonnen worden en zijn derhalve niet geschikt voor het bereiken van win-win uitkomsten.  Het is juist belangrijk om met elkaar diverse keuzemogelijkheden te creëren voor oplossing van een probleem en deze te beoordelen op hun wenselijkheid. Daarvoor dienen bij voorkeur zoveel mogelijk mensen met hun eigen verschillende belangen betrokken te zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor het creëren van oplossingen en het nemen van besluiten. Vertrouw daarbij op het proces van een goed gefaciliteerde dialoog tussen alle belanghebbenden. De kwaliteit van de besluiten zullen u blij verrassen.

Inmiddels zijn hiervoor mooie technieken ontwikkeld, zoals ‘World Café’ en ‘Whisdom Councils’, die het proberen meer dan waard zijn. Alleen in dialoog met anderen ontstaat vertrouwen, volgens mij een heel gezonde basis voor een duurzame samenleving. Kies voor elkaar en voor de wereld en ‘never underestimate the whisdom of the crowd’!

Op 14, 15 en 16 juni zal in het Filosofiehotel in Leusden door Jim Rough een workshop worden verzorgd over ‘Dynamic Facilitation’, een dialoog voor participatieve besluitvorming met de methode van ‘Whisdom Councils’. Zie www.delimes.nl voor meer informatie.



Last van ideologieën

In de NRC Next van 7 april 2010 las ik een artikel van Rob Wijnberg. Hij constateert dat in het huidige politieke bestel het steeds lastiger wordt om brede coalities te vormen, omdat partijen steeds principiëler ideologische standpunten innemen. Hij argumenteert, dat dit vanuit een agonistisch perspectief  gezien niet op een ‘crisis’ van het huidige democratische model duidt, maar eerder op de vitaliteit ervan. Volgens agonistische opvatting is de ideologische strijd namelijk essentieel voor een democratie. Ik heb daar zo mijn bedenkingen tegen. Het oud-Griekse woord agon betekent ‘strijd’ of  ‘tegenstand’ en agonisten gaat het juist om het opwerpen van ‘breekpunten’ en de strijd aangaan met de ‘tegenpartij’, de antagonisten. Ik weet niet hoe dit bij u overkomt, maar deze woorden roepen bij mij geen prettige en leuke samenwerking op. Toch maakt Wijnberg wel een belangrijk punt. Ideologieën zitten ons wel degelijk in de weg.

De overheersende democratie

Laten we beginnen bij het tegenovergestelde van anarchie, de dictatuur. Als er één situatie is waarin het samenleven wordt bepaald door de overheersing, dan is het wel in een dictatuur. En de geschiedenis leert ons, dat in dictaturen het plezier meestal ver te zoeken is. U kunt aanvoeren, dat een democratische manier van samenleven een prima werkend alternatief is. Dat lijkt mij een open deur. Vrijwel alle andere ideologieën zijn prettiger dan de dictatuur. Onze democratieën hebben echter nog steeds dictatoriale trekjes.  Een democratie is een situatie waarin het volk heerst. Er wordt geheerst, en wel door de stem van de meerderheid. Daarmee wordt geen recht gedaan aan alle belangen. Toch een minder leuk dictatoriaal trekje. In ons democratische systeem hebben we slechts eens in de vier jaar invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Na de verkiezingen gaat het nog slechts om electoraal gewin, zodat bestuurders hun machtspositie kunnen behouden. Wat wij een democratische samenleving noemen heeft nog het meeste weg van een aardige dictatuur.

U zult nog een volgend alternatief in de strijd kunnen gooien: het liberalisme. Met haar voortdurende suggestie van volledige keuzevrijheid voor het individu lijkt het er op alsof zij mensen pas echt vrij laat te kiezen. De keuzes zijn echter onderling zodanig verbonden, dat slechts een relatief klein aantal personen er individueel wel bij varen. De onderlinge samenhang van keuzes maakt een zuiver liberalisme in de basis al onmogelijk. Er zijn weinig keuzes, die je werkelijk individueel, en zonder rekening te houden met enig ander belang, kunt maken. Dat mensen met hun eigen meningen via volledige keuzevrijheid ‘naast’ elkaar en ‘in’ de natuur kunnen leven is volgens mij dus een onhoudbare stelling. De verbinding tussen mensen en natuur is zo sterk en complex, dat je ze onmogelijk helemaal kunt ontkoppelen. De liberale belofte is dan ook een schijnvrijheid, die we als alternatief voor een democratie niet echt serieus kunnen nemen.

Daarmee kom ik graag terug op mijn favoriete ideologie die eigenlijk helemaal geen ideologie is, de Coöperatieve Anarchie, de basis van alle natuurlijke organisatie, die zelforganiserend tot stand komt en in beginsel al coöperatief is. Kijk maar eens naar hoe de natuur op een coöperatieve manier tot stand komt. Bomen zouden in principe tot in de hemel kunnen groeien en toch doen ze dat niet. Zelfs de evolutie heeft daar nog niet voor gezorgd. Altijd maar groeien is kennelijk helemaal niet zo natuurlijk. De natuur leeft samen vanuit een voortdurend uitbalanceren van individuele belangen zonder dat er daarbij één belang allesoverheersend is. Hieruit ontstaat als vanzelf een grote diversiteit aan oplossingen, samenwerkingen en evenwichten. Dat maakt de natuur ook zo krachtig, zo moeilijk te overheersen en zo lastig te beheersen. Natuur dat wel tracht te overheersen zaait dood en verderf.

Als je je zin wilt doordrijven dan is daar flink wat macht en geweld voor nodig en er is slechts één wezen op aarde die in staat lijkt om zoveel geweld tegen natuurlijke zelforganisatie te ontwikkelen, dat zij haar zin in grote mate kan doordrijven: de mens. Het is echter nog maar de vraag of het de mens werkelijk zou lukken alles te overheersen. De wijze waarop we nu omgaan met de natuur op aarde leidt waarschijnlijk tot een dusdanig sterke natuurlijke tegenkracht, dat zelfs de mens uiteindelijk het onderspit zal delven tegen de coöperatief anarchistische natuur. Het vervelende daarbij is, dat de natuur eerst zodanig uit balans wordt gebracht, dat het vele miljoenen jaren van natuurlijke zelforganisatie zal kosten om het evenwicht op aarde te herstellen. Dat lijkt mij geen leuk vooruitzicht.

Ideologieën ontstaan om natuurlijke zelforganisatie te beteugelen. Het zijn slechts ideeën om zaken naar eigen hand te zetten, voor eigen belang. Ook in democratieën en liberale omgevingen speelt het eigen gewin een voorname rol. Zij bieden slechts vriendelijke alternatieven om de menigte eronder te houden. Het zelforganiserende karakter van de coöperatieve anarchie moet daarvoor beteugeld worden, want dat leidt maar tot onvoorspelbare uitkomsten voor de heersende groep. Daarin zijn deze ideologieën aardig geslaagd. Het spontaan optreden van alternatieve coöperatieve samenlevingen moet in het licht van dictatoriale, democratische en liberale ideologieën steeds voorkomen worden. En dus wordt ieder optreden tegen deze ideologieën als ‘anarchistisch’ benoemd, waarbij de nadruk wordt gelegd op het opstandige karakter van de plegers, de anarchisten. Dat hebben deze overigens wel deels aan zichzelf te danken. Anarchistische denkers uit het verleden koppelden gewelddadige revolutionaire acties aan hun gedachten. Daarmee werden zij echter eerder onderdeel van het door hen verfoeide staatssysteem, dan dat ze een plezierig alternatief lieten zien. Vanuit het gewelddadige gedrag is de idee ontstaan dat anarchisten tegen orde en gezag zouden zijn en dat typische anarchisten voortdurend uit zijn op relschopperij en andere agressief gedrag tegen de (over)heersende orde.

Ideologieën sturen in belangrijke mate ons denken over en gedrag in de samenleving aan, en daarom een belangrijk fenomeen, waar we regelmatig op zouden moeten reflecteren, zodat we begrijpen welke stuurcodes er achter ons gedrag zitten.  U zou kunnen stellen dat coöperatieve anarchie ook een ideologie is. Afgezet tegen die andere ideologieën lijkt dat ook wel zo, maar het grote verschil zit hem in de basis. In het licht van de coöperatieve anarchie is er geen overheersing van enige ideologie. Het enige wat overheerst is er samen op een coöperatieve manier het beste van maken. Dat lijkt mij een heel prettig fundament voor iedere vorm van samenleven.