Mind of an Anarchist


Wat ik zeker weet

Onderheid

 

Er is een groeiend verlangen ons eigen leven te leiden, onze eigen weg in het leven te vinden. En er is een groeiend zelfvertrouwen om moedig te zijn en trouw te blijven aan die levensweg. Mensen willen kunnen staan achter hun beslissingen. We denken steeds meer zelf na over dingen en accepteren consequenties van onze besluiten. Het geeft een gevoel van vrijheid waar we al zo lang naar op zoek zijn. We willen niet meer geregeerd of geleid worden door mensen die keer op keer ons vertrouwen in hen hebben geschaad. Genoeg daarvan. Het is tijd, Onze Tijd.

Regeren is kennelijk voorschrijven aan mensen hoe het leven geleefd dient te worden. Het gaat gepaard met veel beleidmakerij, papieren werkelijkheden, die ver van de mensen af staan. Die tijd is voorbij. Het vertrouwen in de politiek en overheid was nog nooit zo laag in Nederland. Zelden zijn ze er in geslaagd een belofte na te komen. Het bijgeloof in wet en religie is tanende. Het is ons, de mensen, pijnlijk duidelijk geworden, dat ze vooral worden gehanteerd voor eigenbelang. Het machtsdenken heeft zijn tijd gehad. Het is tijd te erkennen, dat mensen een hoog zelforganiserend vermogen hebben, maar steeds worden tegengehouden om het toe te passen. Onder de vlag van een politieke partij of een ander ideologisch orgaan hebben we geen vrijheid gevonden. Het instituut overheid heeft onze levens verslonden. We hebben daar wel genoeg van. In toenemende mate nemen mensen zelf actie om hun leven op zinvolle wijze vorm te geven. ‘Burgerinitiatieven’ worden ze genoemd. Veel bestuurders hebben nog niet in de gaten, dat het om directe actie gaat van mensen zonder inmenging van de overheid. Krampachtig probeert de overheid vat te houden op deze acties door zich er tegenaan te bemoeien. Het heeft nauwelijks succes. Steeds meer politici en ambtenaren raken in conflict met zichzelf. Zij willen het goede doen voor de mensen, maar hun organisatie houdt ze tegen dat te doen. De rollen zijn omgedraaid. Directe acties van mensen sturen de overheid aan in plaats van dat de overheid nog langer voorschrijft wat dient te gebeuren.

Is dat erg? Ik denk het niet. In het kennistijdperk hebben mensen toegang tot vele bronnen voor het oplossen van hun problemen. Veel van die problemen werden ooit ‘politieke problemen’ of ‘overheidsproblemen’ genoemd en dienden dus door de politiek en overheid te worden opgelost. Het besef groeit, dat het ‘onze problemen’ zijn en dat wij, de mensen, ze dus ook zelf op moeten lossen. Een beweging die ik van harte toejuich. Als wij onze gemeenschap willen versterken, dan moeten we de rol van de overheid verzwakken. Het gaat niet om burgerparticipatie, maar om overheidsparticipatie, waarbij geldt: ‘Hoe kan de overheid nog een zinvolle bijdrage leveren aan de gemeenschap?’ Alle activiteiten van de overheid zullen tegen het licht worden gehouden. Dragen ze bij aan betere gemeenschap of niet? Zo niet, dan nemen wij, de mensen, er afscheid van. Piramides van macht worden vervangen door netwerken van mensen met eenheid van opvatting over hoe ze samen willen leven. Zij nemen regie voor de oplossing van hun problemen, waarbij van de overheid wordt verwacht dat zij hieraan op coöperatieve wijze bijdragen door de initiatieven mogelijk te maken. Heilige huisjes zullen hierbij moeten worden afgebroken. Deze verandering zal niet altijd even gemakkelijk gaan natuurlijk. Heel wat debatten en bureaucratische grindbakken zullen er worden opgericht door politici en ambtenaren, die nog in het oude machtsdenken vastzitten. Een voor een zullen ze worden geslecht. Onderschat nooit de kracht van de zwerm, vooral als die uit mensen bestaat.

Directe actie voelt als vrij leven met alle daarbij komende verantwoordelijkheden, maar in het volle bewustzijn van leven in een vrije gemeenschap. Het is geen technisch probleem, maar een activiteit van menselijk organiseren. De mensen geven wel aan wat handig is om voor iedereen op dezelfde wijze te organiseren. Die taak is dan aan een ‘onderheid’, de tegenhanger van overheid. Dat is wat ik zeker weet.

Advertenties


Stemmen is helemaal niet zo democratisch

‘Maak gebruik van uw democratisch recht en ga stemmen’, luidde de oproep van politici voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Het riep bij mij vraagtekens op. Hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik me afvroeg hoe stemmen democratisch te noemen is. Door te stemmen kiezen we er immers voor overheerst te worden door een kleine groep mensen, politici genaamd en ik kan daar weinig democratisch aan ontdekken.

Degene die zitten te springen om onze stem zijn vooral de politici en hun partijen. De groep stemgerechtigden, niet alle inwoners van ons land (!), kunnen alleen stemmen op mensen die zich verkiesbaar hebben gesteld en dus ook een politieke carriere ambieren. De politici en hun partijen, die veel stemmen krijgen mogen gedurende een regeerperiode het volk regeren, ofwel heersen. De stemmers hopen er maar het beste van.

Een ander veelgehoord argument uit de mond van een politicus: “Het land moet geregeerd worden!” Van wie eigenlijk, vroeg ik me af. En alweer kwam ik niet verder dan diezelfde politici. Zij willen namelijk regeren. Op één of andere manier weten politici kennelijk altijd hoe de samenleving geregeld moet worden in ons land. Zij zijn van mening dat WIJ, de mensen, niet zo goed voor ons zelf kunnen zorgen en nemen dus de vrijheid dat voor ons te doen. Niks samen-leving, gewoon onderdanig zijn, noem ik dat. Stemmers geven aan, dat ze het zelf niet kunnen of willen organiseren. De praktijk van Belgie laat zien, dat het zonder regering echter ook prima kan. Het zijn vooral de politici in Brussel die donderjagen met elkaar, verder lijkt het er vrij geordend en beschaafd aan toe te gaan. Ik ben jaloers op België.

Het blijft ook lastig als steeds de helft plus 1 zijn zin krijgt en de anderen dus niet. Volgens mij zijn er dan nog steeds heel veel mensen niet blij. Hun motivatie om iets voor de ‘regeerders’ te doen is automatisch niet erg hoog. Het liefst zijn ze dan ook bezig met het onderuit halen van de regering om vervolgens zelf te kunnen overheersen. Een cyclus van ongeveer 4 jaar is het patroon. Het zou veel leuker zijn als we gewoon in zouden zetten op iedereen. En als we het dan toch graag steeds over co-sensus willen hebben, waarom doen we het dan niet? Als iedereen het eens is met een voorstel, dan is de kans groot dat het voorstel goed wordt uitgevoerd. Een besluit nemen zal wellicht iets langer in beslag nemen, maar kwalitatief zal het een veel beter besluit zijn en het verbetert de sociale samenhang ook nog eens aanzienlijk. Vooraf lijkt het traag, maar als we zien, dat er nu iedere nieuwe regeerperiode wijzigingen doorheen worden gedrukt door een nieuwe regering, dan valt dat eigenlijk best mee. En het leuke is, dat we niet over elk detail met iedereen in gesprek willen of hoeven, waardoor veel zaken door de mensen zelf georganiseerd kunnen worden. Dat bespaart bergen tijd en geld lijkt mij en het maakt ons vooral gelukkiger, omdat WIJ, de mensen, de regie over ons leven veel meer in iegen handen hebben.

Bij de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten was de opkomst 55,9 %. Dat betekent dat 44,1% van de stemgerechtigden (nog steeds niet alle inwoners van Nederland) niet heeft gestemd. Zij hebben dus geen mandaat gegeven aan anderen om over hen te regeren.  Veel mensen stemden ook op kleine partijtjes die de kiesdrempel niet haalden. Die stemmen gaven dus ook geen regeermandaat. En dan is er een flinke groep mensen, die slechts om één standpunt op iemand hebben gestemd. Zij gaven dus slechts een heel beperkt mandaat af, maar daar heeft niemand het nu meer over. En dan is er nog de, altijd weer belangrijke, ‘zwevende kiezer’, die het even niet weet. Hij/zij stemde wellicht op die leuke man of vrouw, die een grappige uitspraak of zo’n lief gezichtje heeft, of voor waar de buren of collega’s ook voor zeiden te stemmen. Een echt regeermandaat kun je dat nauwelijks bedoelen. En zo kan het gebeuren dat WIJ, de mensen, ons laten regeren door slechts een heel kleine vertegenwoordiging. Hoe democratisch kan dat zijn?

Het lijkt mij, dat dit beperkte democratische systeem het einde van haar levenscyclus heeft bereikt. Hoog tijd voor Iedereen! Politici hebben we echt niet nodig om onze samen-leving te co-creëren. Er is wellicht wel behoefte aan  goede vakbekwaame ambtenaren. Die kunnen die dingen voor ons regelen, waarvan WIJ, de mensen, vinden dat ze door hun voor iedereen (!) geregeld moeten worden. En de rest doen we zelf wel.

 



Het Ministerie van Samen-werking en Co-creatie

Excuses, mijn blog van afgelopen weekend is vertraagd als gevolg van de marktwerking en concurrentie in het invalidenvervoer. Ik had gepland op de zondag mijn blog te schrijven, maar wilde eerst met mijn tot de rolstoel veroordeelde moeder op ziekenbezoek bij mijn vader in het ziekenhuis. De rolstoeltaxi had ik enkele dagen vantevoren besteld.  Ik was door mijn vader gewaarschuwd en had uit voorzorg de rolstoeltaxi van Connexion maar liefst 45 minuten eerder besteld dan eigenlijk noodzakelijk was. Ook de terugreis was een dag eerder al gepland. Het kon niet mis gaan, zo leek het. Ik had echter buiten de effecten van concurrentie en marktwerking gerekend. Er was slechts één rolstoeltaxi beschikbaar voor de regio Kennermerland, met als gevolg een vertraging van in totaal drieënhalf uur! En het commentaar van Connexion was dat de inzet van meer taxibusjes te duur was. Het klinkt zo normaal: “Een beetje gezonde competitie kan geen kwaad”. Nou, ik heb er mijn buik van vol.

'Gezonde' competitie

Marktwerking is geïntroduceerd vanuit de idee, dat door concurrentie de markt efficiënt wordt en daardoor de prijs van een product of dienst optimaal. Helaas zijn er enkele vervelende bij-effecten. De prijzen lijken meer te worden bepaald door de mate van hebzucht en marktwerking en concurrentie blijken te leiden tot een lagere kwaliteit van product of dienstverlening. ‘Bottom-line’ resultaten overheersen alles wat de organisatie doet en dus kan alles wel een beetje minder, zoals bijvoorbeeld inzet van slechts één invalidentaxibus op een drukke zondag in een druke regio.

Het marktspel wordt gespeeld volgens voorafgesproken regels. Het is geen natuurlijk systeem, maar een geïmplementeerde tucht. De regels stimuleren de competitiedrang en het moeten winnen. Daarvoor is vrijwel alles toegelaten, zolang het maar binnen de regels valt. Echter, wie de regels goed kent, weet ook hoe hij vals moet spelen. Dat gebeurt dan ook op grote schaal. Juristen, de spelregelexperts van marktwerking en concurrentie, weten de mazen wel te vinden om weer een voordeeltje uit te halen ten opzichte van de concurrent. Hoezo win-win situaties? Bij concurrentie gaat het er om elkaar de loef af te steken! Het spel moet scherp gespeeld worden en er kan maar eentje winnen. En waar de ene partij wint, verliest dus de ander. Er valt geen win-win situatie van te bakken. Verondersteld wordt, dat als de spelregels maar goed genoeg zijn, de concurrentie het beste uit de markt haalt en dat het hele systeem daarvan dan profiteert. Helaas is dat maar zelden het geval. Het principe is steeds ‘ik een beetje meer dan jij’.

Als gevolg van het voortdurend valsspelen, aanhangers van competitie noemen dat overigens ‘slim gebruik maken van de mogelijkheden’, groeit het wantrouwen onder de deelnemers.  Dit heeft weer tot gevolg, dat er steeds meer juristen nodig zijn in de markt. Ooit werkte ik in de vliegtuigindustrie. Onze marketing manager vloog naar de andere kant van de oceaan voor contractbesprekingen. Middenin de nacht belde hij in paniek iedereen wakker. Hij had bij aankomst een pak van 1000 pagina’s concept contract gekregen, dat de volgende dag zou worden besproken met maar liefst zeven juristen van de andere partij. Later bleek dat alle inkopers en verkopers bij onze klant juristen waren. Zo organiseren we het wantrouwen in onze samenleving, die daardoor steeds minder samen heeft. Samen-werken in een ernstig competatieve omgeving blijft beperkt tot het samen onderuit halen van een derde. En het excuus is steeds, dat je er ook niets aan kunt doen, dat het spel zo gespeeld wordt.

In plaats van een Minsiterie van Economische Zaken (en marktwerking) heeft de samenleving meer behoefte aan een Minsiterie van Samen-werking en Co-creatie. Dit ministerie dient er voor te zorgen, dat er een gezonde balans blijft bestaan tussen vrije marktwerking, competitie, en overheidsbemoeienis. De samen-werking gaat uit van vertrouwen tussen partijen en dient het belang van het beste vóór de wereld. De onderhandelingen vinden niet plaats op basis van de spelregels, maar op basis van een open dialoog, die tot doel heeft keuzemogelijkheden te ontwikkelen. Hierbij worden zoveel mogelijk individuele partijen betrokken, waardoor de totale marktintelligentie hoger wordt dan bij een sterk competatieve markt. Daardoor zal de kwaliteit van de producten en diensten ook verbeteren. Een co-creërende markt is gebaseerd op vrijwillige samenwerking. Dat lijkt mij een gezondere competitie dan die van de zuivere vrije marktwerking.



Opstand in Klas M2C

Als ik mijn kinderen vraag of ze school leuk vinden, dan antwoorden ze dat school prima is ‘als het maar niet zo vreselijk saai’ was. Ze vinden dat er weinig boeiends geleerd wordt en zeker nauwelijks dingen die er volgens hun toe doen. En natuurlijkt volgt ook de onvermijdelijke klacht dat er zoveel ‘moet’en dat aan leerlingen nooit iets gevraagd wordt, behalve natuurlijk in overhoringen, proefwerken, tentamens en examens. Als ouder kost het me moeite om ze te motiveren. Ik kan ze namelijk geen ongelijk geven. Zover mijn geheugen reikt zijn deze klachten over school van alle tijden.

Scholen zijn als een gevangenis. Lesprogramma’s zijn helemaal dichtgetimmerd. Een eigen leerbehoefte kan een kind niet meer ontwikkelen. Het zijn indoctrinatieprogramma’s geworden,gemaakt door volwassenen die bepalen hoe kinderen zich inde maatschappij zouden meeoten gedragen. Leerlingen zitten tegenwoordig opgesloten in leslokalen met een chipsysteem waarin hun aanwezigheid de hele dag wordt bijgehouden. De analogie met de enkelband van een gedetineerde en het cellenblok van een gevangenis is groot. Gedurende de dag moeten leerlingen gehoorzamen aan de wil van docenten en schoolleiding en dat een aantal jaren aaneengeketend tot het moment dat via een landelijk eindexamen het vonnis wordt geveld of de leerling zijn of haar vrijheid terugkrijgt en in de maatschappij kan worden vrijgelaten. Daar wordt volgens mij niemand vrolijk van, dus ook onze kinderen niet.

In plaats van kinderen algemene nuttige kennis en vaardigheden aan te leren, die ze in hun leven kunnen gebruiken (zoals schrijven, lezen en rekenen) zijn de huidige lesprogramma’s nog het best te vergelijken met socialisatieprogramma’s. Deze programma’s zijn volgens mij vooral ontwikkeld op basis van zaken die in de wereld van volwassenen fout gaan en waar onze kinderen nauwelijks iets aan kunnen doen. Het zou fijn zijn als kinderen zelf in overleg met hun ouders en docenten een voor hen passend en boeiend leerprogramma kunnen vaststellen.

Het schoolsysteem is zo ontwikkeld, dat maar al te duidelijk is wie de toekomstige sociaal zwakkeren zullen zijn en wie de kansrijke begaafden. Als een leerling voor een vakantie- of bijbaantje solliciteert is het al van belang of je moet antwoorden met VMBO,  HAVO of VWO.  Het kind wordt meteen in een hokje geplaatst. Nog nooit was zo duidelijk, dat als je voor dubbeltje geboren bent het wel verdomd lastig is om als kwartje te eindigen en de kasteverschillen worden steeds groter. Docenten geven liever les aan de zogenaamd meer gemotiveerde kansrijke hoger begaafden, dan aan de vooraf als niet-gemotiveerd bestempelde VMBO’er. Geen mens die zich druk maakt over de vraag waarom de motivatie zo laag is. Het probleem ligt volgens volwassenen bij het kind en zelden bij de leeromgeving die hem/haar geboden wordt. Kinderen worden op deze wijze al vroeg in hun ontwikkeling als mens gestuurd richting een behoefte die er in de maatschappij van volwassenen bestaat: meer IT’ers, meer vakmensen in de zorg, meisjes moeten ook techniek leren, enzovoorts. Hoe overheersend vinden wij dat eigenlijk? Wij, volwassenen, hebben het steeds over vrije ontwikkeling van mensen. De leerplicht lijkt sterker dan het recht op onderwijs.

Eigenlijk worden kinderen niet als compleet mens beschouwd. Ze zijn volgens de overheersende volwassenen nog niet af en dienen op school te worden voorbereid op ‘later’. Kinderen moeten leren voor hun toekomst, en begrijpen volgens volwassenen pas later waar dat gedoe op school goed voor was. Op school wordt kinderen door volwassenen, die claimen de noodzakelijk kennis te hebben, steeds verteld wat goed voor hun is. En met het verstrijken van de schooljaren worden de toekomstige ontwikkelingmogelijkheden voor een kind steeds kleiner, omdat steeds weer door volwassenen bepaald wordt wat er nog wel en niet mogelijk is. Volgens mij is dat een zeer effectieve manier om de intrinsieke motivatie van kinderen om te willen leren kinderen er uit te slaan. Het begint met de eerste officiele schooldag. Kinderen kijken er naar uit om naar die school te mogen gaan, maar de lol is er al snel af. Wij, volwassenen, benoemen dit proces ook nog eens als een heel ‘natuurlijke’ ontwikkeling van het kind. Ik kan er echter niets natuurlijks aan vinden. Ons onderwijssysteem heeft eigenlijk heel barbaarse trekken.

Als je vind dat je voor iemand moet denken, dan zou dat moeten zijn omdat hij/zij het nog niet weet en niet, omdat je vind dat het minderwaardig mens is die ‘beschermd’ moet worden. Kinderen zijn geen sociaal zwakkeren.  Waarschuw kinderen voor gevaren zoals je dat een volwassen vriend zou doen. Gewoon omdat het gevaar nog niet bij ze opkomt. Dan benader je het kind volwaardig. Ik heb gemerkt, dat mijn kinderen helemaal niet onbezorgd waren. Regelmatig verrassen ze me met gedachten, waarvan ik als volwassene dacht, dat kinderen die nog niet konden hebben. Een zorgeloos leven is ook voor kinderen niet van toepassing. Laten we ze dus juist heel bewust leren hoe met die zorgen om te gaan, alsof het volwaardige mensen zijn. Leer kinderen verantwoordelijkheden aan. Dat gaat het beste door ze ook ergens verantwoordelijk voor te maken. Met het geven van straffen gaat dat niet lukken. Daarmee groeit alleen maar het verzet tegen de overheersing. Op scholen is dat snel merkbaar, maar ook thuis in het gezin, waar ouders door opvoedkundigen en andere kundigen steeds middelen aangereikt worden, die lijken op die van het strafsysteem van een school. Vrij ontwikkelen of op laten groeien in een dressuursysteem? Als een school voor een kind een boeiende en interessante leeromgeving biedt, dan hebben we geen Leerplichtwet nodig. Kinderen zullen graag naar die school willen. Maak van scholen weer plekken waar een hoop te leren valt.



Last van ideologieën

In de NRC Next van 7 april 2010 las ik een artikel van Rob Wijnberg. Hij constateert dat in het huidige politieke bestel het steeds lastiger wordt om brede coalities te vormen, omdat partijen steeds principiëler ideologische standpunten innemen. Hij argumenteert, dat dit vanuit een agonistisch perspectief  gezien niet op een ‘crisis’ van het huidige democratische model duidt, maar eerder op de vitaliteit ervan. Volgens agonistische opvatting is de ideologische strijd namelijk essentieel voor een democratie. Ik heb daar zo mijn bedenkingen tegen. Het oud-Griekse woord agon betekent ‘strijd’ of  ‘tegenstand’ en agonisten gaat het juist om het opwerpen van ‘breekpunten’ en de strijd aangaan met de ‘tegenpartij’, de antagonisten. Ik weet niet hoe dit bij u overkomt, maar deze woorden roepen bij mij geen prettige en leuke samenwerking op. Toch maakt Wijnberg wel een belangrijk punt. Ideologieën zitten ons wel degelijk in de weg.

De overheersende democratie

Laten we beginnen bij het tegenovergestelde van anarchie, de dictatuur. Als er één situatie is waarin het samenleven wordt bepaald door de overheersing, dan is het wel in een dictatuur. En de geschiedenis leert ons, dat in dictaturen het plezier meestal ver te zoeken is. U kunt aanvoeren, dat een democratische manier van samenleven een prima werkend alternatief is. Dat lijkt mij een open deur. Vrijwel alle andere ideologieën zijn prettiger dan de dictatuur. Onze democratieën hebben echter nog steeds dictatoriale trekjes.  Een democratie is een situatie waarin het volk heerst. Er wordt geheerst, en wel door de stem van de meerderheid. Daarmee wordt geen recht gedaan aan alle belangen. Toch een minder leuk dictatoriaal trekje. In ons democratische systeem hebben we slechts eens in de vier jaar invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Na de verkiezingen gaat het nog slechts om electoraal gewin, zodat bestuurders hun machtspositie kunnen behouden. Wat wij een democratische samenleving noemen heeft nog het meeste weg van een aardige dictatuur.

U zult nog een volgend alternatief in de strijd kunnen gooien: het liberalisme. Met haar voortdurende suggestie van volledige keuzevrijheid voor het individu lijkt het er op alsof zij mensen pas echt vrij laat te kiezen. De keuzes zijn echter onderling zodanig verbonden, dat slechts een relatief klein aantal personen er individueel wel bij varen. De onderlinge samenhang van keuzes maakt een zuiver liberalisme in de basis al onmogelijk. Er zijn weinig keuzes, die je werkelijk individueel, en zonder rekening te houden met enig ander belang, kunt maken. Dat mensen met hun eigen meningen via volledige keuzevrijheid ‘naast’ elkaar en ‘in’ de natuur kunnen leven is volgens mij dus een onhoudbare stelling. De verbinding tussen mensen en natuur is zo sterk en complex, dat je ze onmogelijk helemaal kunt ontkoppelen. De liberale belofte is dan ook een schijnvrijheid, die we als alternatief voor een democratie niet echt serieus kunnen nemen.

Daarmee kom ik graag terug op mijn favoriete ideologie die eigenlijk helemaal geen ideologie is, de Coöperatieve Anarchie, de basis van alle natuurlijke organisatie, die zelforganiserend tot stand komt en in beginsel al coöperatief is. Kijk maar eens naar hoe de natuur op een coöperatieve manier tot stand komt. Bomen zouden in principe tot in de hemel kunnen groeien en toch doen ze dat niet. Zelfs de evolutie heeft daar nog niet voor gezorgd. Altijd maar groeien is kennelijk helemaal niet zo natuurlijk. De natuur leeft samen vanuit een voortdurend uitbalanceren van individuele belangen zonder dat er daarbij één belang allesoverheersend is. Hieruit ontstaat als vanzelf een grote diversiteit aan oplossingen, samenwerkingen en evenwichten. Dat maakt de natuur ook zo krachtig, zo moeilijk te overheersen en zo lastig te beheersen. Natuur dat wel tracht te overheersen zaait dood en verderf.

Als je je zin wilt doordrijven dan is daar flink wat macht en geweld voor nodig en er is slechts één wezen op aarde die in staat lijkt om zoveel geweld tegen natuurlijke zelforganisatie te ontwikkelen, dat zij haar zin in grote mate kan doordrijven: de mens. Het is echter nog maar de vraag of het de mens werkelijk zou lukken alles te overheersen. De wijze waarop we nu omgaan met de natuur op aarde leidt waarschijnlijk tot een dusdanig sterke natuurlijke tegenkracht, dat zelfs de mens uiteindelijk het onderspit zal delven tegen de coöperatief anarchistische natuur. Het vervelende daarbij is, dat de natuur eerst zodanig uit balans wordt gebracht, dat het vele miljoenen jaren van natuurlijke zelforganisatie zal kosten om het evenwicht op aarde te herstellen. Dat lijkt mij geen leuk vooruitzicht.

Ideologieën ontstaan om natuurlijke zelforganisatie te beteugelen. Het zijn slechts ideeën om zaken naar eigen hand te zetten, voor eigen belang. Ook in democratieën en liberale omgevingen speelt het eigen gewin een voorname rol. Zij bieden slechts vriendelijke alternatieven om de menigte eronder te houden. Het zelforganiserende karakter van de coöperatieve anarchie moet daarvoor beteugeld worden, want dat leidt maar tot onvoorspelbare uitkomsten voor de heersende groep. Daarin zijn deze ideologieën aardig geslaagd. Het spontaan optreden van alternatieve coöperatieve samenlevingen moet in het licht van dictatoriale, democratische en liberale ideologieën steeds voorkomen worden. En dus wordt ieder optreden tegen deze ideologieën als ‘anarchistisch’ benoemd, waarbij de nadruk wordt gelegd op het opstandige karakter van de plegers, de anarchisten. Dat hebben deze overigens wel deels aan zichzelf te danken. Anarchistische denkers uit het verleden koppelden gewelddadige revolutionaire acties aan hun gedachten. Daarmee werden zij echter eerder onderdeel van het door hen verfoeide staatssysteem, dan dat ze een plezierig alternatief lieten zien. Vanuit het gewelddadige gedrag is de idee ontstaan dat anarchisten tegen orde en gezag zouden zijn en dat typische anarchisten voortdurend uit zijn op relschopperij en andere agressief gedrag tegen de (over)heersende orde.

Ideologieën sturen in belangrijke mate ons denken over en gedrag in de samenleving aan, en daarom een belangrijk fenomeen, waar we regelmatig op zouden moeten reflecteren, zodat we begrijpen welke stuurcodes er achter ons gedrag zitten.  U zou kunnen stellen dat coöperatieve anarchie ook een ideologie is. Afgezet tegen die andere ideologieën lijkt dat ook wel zo, maar het grote verschil zit hem in de basis. In het licht van de coöperatieve anarchie is er geen overheersing van enige ideologie. Het enige wat overheerst is er samen op een coöperatieve manier het beste van maken. Dat lijkt mij een heel prettig fundament voor iedere vorm van samenleven.